Ben je verkouden of heb je hooikoorts? En hoe kan je hooikoortsklachten verminderen?
In dit artikel:
Allergoloog Christine Breynaert (KU Leuven) licht in een lezing voor de Universiteit van Vlaanderen uit hoe je hooikoorts herkent en aanpakt. Hooikoorts — beter: allergische rinitis — is geen verkoudheid met koorts en heeft niets per se met hooi te maken; tot ongeveer 30% van de mensen krijgt er op enig moment last van. De meest voorkomende prikkels zijn boompollen (hazelaar/els al vroeg in het jaar, berk vooral in maart-april), graspollen (piek in mei-juni) en de huisstofmijt, die jaar‑rond voorkomt en in matras, tapijt en kleding leeft.
Om vast te stellen of klachten door een allergie komen, helpt een pollenkalender of de officiële pollentelling van Sciensano (bijv. via de AirAllergy‑app). Allergietests omvatten huidprikken waarmee wordt gekeken voor welke pollen of mijten je reageert; in Leuven ontwikkelde men een geautomatiseerde test (SPAT) die meerdere prikken tegelijk kan uitvoeren. Belangrijk is dat een positieve test moet corresponderen met klachten in periodes waarin die pollen in de lucht zitten. Een allergoloog stelt ook gerichte vragen — bijvoorbeeld over jeuk in de mond bij het eten — omdat er kruisreacties bestaan: wie gevoelig is voor berkenpollen kan ook reageren op rauw fruit en bepaalde groenten (appels, peren, steenfruit, rauwe wortel, selderij, rauwe noten).
Symptoombestrijding begint vaak met antihistaminica; de nieuwere middelen veroorzaken minder slaperigheid dan oudere typen. Lokale behandelingen zoals neussprays met corticosteroïd of een antihistaminicum en oogdruppels verlichten neus- en oogklachten en kunnen veilig langdurig worden gebruikt (in tegenstelling tot kortwerkende decongestieve neussprays). Als medicijnen onvoldoende werken, is immuuntherapie een optie: geleidelijk oplopende doses pollen of mijten worden toegediend via dagelijkse sublinguale tabletten of periodieke injecties. Dit is de enige behandeling die de allergische gevoeligheid zelf kan verminderen.
Behandelen loont: bij kinderen voorkomt adequate zorg dat chronisch mondademen en daaruit voortvloeiende problemen ontstaan, en bij jongeren en volwassenen verbetert het concentratievermogen en de levenskwaliteit. Praktische adviezen die kunnen helpen zijn het volgen van pollenconcentraties, ramen sluiten tijdens piekmomenten, kleren niet buiten laten drogen, vaak douchen en huisstofmijt verminderen in slaapplaatsen.