Belletjetrek of een waterballon gooien: zo'n kwajongensstreek kan toch best? 'Mensen stappen heel snel naar de politie'

zaterdag, 20 juni 2026 (03:02) - Het Parool

In dit artikel:

Met het warmere weer laaide in Amsterdam opnieuw de discussie op over waar kattenkwaad ophoudt en criminaliteit begint. Rondvaartbedrijven klaagden recent dat jongeren vanaf bruggen en kades passagiers hebben bekogeld met waterballonnen, spuug en eieren; opvarenden raakten geschrokken, spullen nat en het imago van de rondvaart leed schade. De aanvallen worden bovendien op sociale media gedeeld, wat copycatgedrag stimuleert en de problematiek vergroot.

Juridisch is de grens eenvoudig: wat in strijd is met het Wetboek van Strafrecht is strafbaar, zegt hoogleraar Jessica Asscher. In de praktijk blijkt die grens echter ook een sociale constructie: wat de ene generatie als onschuldige baldadigheid ziet, ervaart een ander als bedreigend of strafbaar. Voorbeelden van verschuivingen zijn scherp: wat ooit een 'pedagogische tik' was, geldt sinds 2005 als kindermishandeling. Klein leed zoals een nat pak staat nog buiten het strafrecht, maar als een waterballon een verkeersongeluk veroorzaakt of eigendommen beschadigt, verandert de zaak van aard.

Advocaat Mark Jan Bouwman en andere deskundigen zien dat tolerantie voor jeugdstreken afneemt. Mensen stappen sneller naar politie of buurtapps, terwijl vroeger veel incidenten met een vermanend woord en oudercontact zouden zijn afgehandeld. Dat leidt ertoe dat de strafrechtketen zwaarder wordt belast met zaken die mogelijk beter via alternatieven — zoals bureau Halt — kunnen worden opgelost. Bouwman noemt een casus van een jongen die met rode verf gevulde waterballonnen gooide; omdat de verf uitwasbaar bleek, leidde dat tot een Halt-afdoening in plaats van zware vervolging.

Tegelijkertijd waarschuwen deskundigen tegen te veel relativering. Marc Noom, universitair docent forensische orthopedagogiek, benadrukt dat baldadigheid een normaal deel van adolescentie is: jongeren tussen 12 en 18 verkennen grenzen en maken soms fouten. Zolang het incidenteel blijft en er lering uit wordt getrokken, is dat ontwikkelingsgeschikt. Maar sommige vormen van gedrag, zoals intimidatie of seksuele aanrakingen door jongens op fatbikes in parken, overschrijden duidelijk de grens: dat raakt aan lichamelijke integriteit en moet strafrechtelijk worden aangepakt.

Sociale media en buurtapps hebben de dynamiek veranderd: incidenten worden snel breed gedeeld, waardoor irritatie zich exponentieel verspreidt en het maatschappelijke gewicht van relatief kleine overtredingen toeneemt. Ook het veranderende buurtleven — stadse krapte, minder onderling geduld — speelt mee. Dat draagt bij aan zowel meer aangiftes als aan de indruk dat jongeren vaker grensoverschrijdend gedrag vertonen, terwijl de cijfers voor jeugdcriminaliteit al jaren dalen.

Burgemeester Femke Halsema pleit voor een zekere mildheid richting jeugd: ruimte om te experimenteren en eens stout te zijn hoort bij opgroeien, maar ze wijst ook op haar verantwoordelijkheid om in te grijpen als grenzen worden overschreden. Die tweedeling — ruimte voor spel versus handhaving bij echte overlast of gevaar — komt terug bij veel betrokkenen: zowel wetenschappers als juristen vinden dat meningsverschillen over wat toelaatbaar is, leiden tot uiteenlopende reacties.

Samengevat draait de discussie niet alleen om wetgeving, maar vooral om waardering en omgangsvormen: herkennen we nog ruimte voor ondeugende jeugdstreken, of zijn we te snel geneigd tot criminalisering? Deskundigen pleiten voor terughoudendheid met het strafrecht bij relatief onschuldige baldadigheid, inzet van alternatieven zoals Halt en meer burgers die incidenten direct en constructief met jongeren en ouders oplossen — terwijl ernstige of gevaarlijke handelingen zonder twijfel aangepakt moeten worden.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Henk ten Cate geeft mening over invalbeurt Memphis Depay: 'Niet iedereen kan goed invallen'