Belgische woningen dreigen massaal oververhit te raken bij verdere klimaatopwarming: welke keuzes kunnen we maken?

dinsdag, 10 februari 2026 (15:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Onderzoek van KU Leuven toont dat Belgische woningen slecht voorbereid zijn op de toenemende hitte door klimaatopwarming. Klimaatwetenschapper Nicole van Lipzig sprak hierover recent op bouwbeurs Batibouw en stelde dat hitte verantwoordelijk is voor het overgrote deel van slachtoffers bij extreem weer — volgens haar vraagstelling gaat het om ongeveer 90% van de sterftegevallen. De hittegolf van 2003 fungeerde als kantelpunt: toen waren er in 16 Europese landen zo’n 70.000 extra doden, en in België een oversterfte van 6,6%.

De studie berekende hoe vaak huizen in verschillende klimaatscenario’s in de toekomst blootstaan aan warme dagen en vooral ook warme nachten. Vandaag worden Belgische woningen zelden meer dan zo’n 40 dagen per jaar geconfronteerd met buitentemperaturen boven 25 °C. Bij 2 °C opwarming — een niveau dat mogelijk al rond 2039 bereikt kan worden — zou ongeveer één op de vijf woningen veel vaker zulke warme dagen meemaken. Bij 3 °C stijgt die belasting nog sterk, en de onderzoekers benadrukken dat elk tiende graad extra ertoe doet. Ongewijzigd beleid leidt richting die hogere scenario’s; mitigatie van CO2-uitstoot kan dit nog afremmen.

Niet alleen dagtemperaturen zijn cruciaal: warme nachten verhinderen herstel van het lichaam en stapelen gezondheidsrisico’s op. Stedelijke warmte-eilanden verergeren dit probleem doordat beton en asfalt warmte opslaan en ’s nachts afgeven. KU Leuven en betrokken experts pleiten daarom voor stadsontwerp dat microklimaten creëert — bijvoorbeeld windcorridors, meer groen, ontharding en waterpartijen — in plaats van louter achteraf vergroening.

De huidige bouwlogica focust vooral op wintercomfort (isolatie en warmtebehoud) en laat zomercomfort te vaak lopen: veel glas zonder effectieve zonnewering en gebrek aan passieve koelingsstrategieën. Veel bouwers en bewoners denken reflexmatig aan airconditioning als oplossing, maar experts (onder wie Joost Declercq van Archipelago Architects en Niels Souverijns van VITO-EnergyVille) benadrukken dat airco de laatste trede van een “ladder van koeling” moet zijn. Die ladder zet eerst in op ontwerpoplossingen en passieve maatregelen, daarna op adaptieve systemen, en pas als laatste stap op actieve koeling.

Beleid kan dit versnellen: voorbeelden zijn het aanpassen van de energiescore (EPC) zodat zomercomfort en koeling meegewogen worden, en strengere richtlijnen voor stedenbouw en nieuwbouw. Voor burgers en gemeenten liggen er veel concrete opties: zonwering, ventilatie-ontwerp, vergroening, hittebestendige materialen en ruimtelijke indeling die windtoegang garandeert. Zonder die gecombineerde aanpak dreigen Belgische woningen steeds vaker ongezond warm te worden, met duidelijke gevolgen voor gezondheid en energiegebruik.