België veroordeeld voor weghalen van metissenkinderen bij hun moeders in koloniaal Congo: "Primeur in Europa"
In dit artikel:
Het Hof van Cassatie heeft de Belgische staat definitief schuldig bevonden voor het systematisch weghalen van metissenkinderen bij hun moeders in het koloniaal Congo. Vijf vrouwen, geboren tussen 1946 en 1950 uit relaties tussen Belgische mannen en Congolese vrouwen, werden als kinderen (maximaal zeven jaar oud) in de jaren ’50 naar katholieke weeshuizen in België gebracht en streden de afgelopen acht jaar voor erkenning en schadevergoeding.
Onderzoek in koloniale archieven toonde aan dat deze ontvoeringen georganiseerd werden door Belgische officieren en met kennis van de Kerk; koloniale ambtenaren speurden kinderen uit gemengde relaties op en dwongen soms met geweld moeders hen af te staan. Het Brusselse hof van beroep oordeelde eind 2024 dat het om een “systematische ontvoering” ging en kwalificeerde de feiten als misdaden tegen de menselijkheid, waar verjaring niet op van toepassing is — een uitspraak die afweek van een eerdere beslissing in 2021.
Na een cassatieberoep van de staat heeft het Hof van Cassatie dat beroep nu verworpen, waardoor de veroordeling en de verplichting tot betaling van schadevergoeding onherroepelijk zijn. Advocaat Michèle Hirsch noemde het vonnis een “magnifieke overwinning” en ziet het als een Europese primeur: voor het eerst wordt een Europese staat veroordeeld tot compensatie van slachtoffers van koloniale handelwijzen. Zij hoopt dat het arrest als voorbeeld zal dienen voor andere koloniale rechtszaken en oproept tot wetgeving over schadevergoedingen voor koloniale misdaden, met name voor mensen van gemengd ras die tijdens de kolonisatie van hun moeders werden gescheiden.