België heeft een ernstig begrotingsprobleem dat steeds moeilijker en duurder wordt
In dit artikel:
België kampt met een ernstig en oplopend begrotingsprobleem, maar een reddingsoperatie door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is voorlopig niet aan de orde. Vicepremier David Clarinval waarschuwde dat het land zonder snelle hervormingen kan afglijden richting een Griekse crisis. Volgens de auteur is die vergelijking vooral bedoeld om de ernst te benadrukken: bij een eventuele interventie zouden niet automatisch de pensioenen worden gehalveerd en zou niet in de eerste plaats Washington, maar Europa aan zet zijn.
Het Belgische overheidstekort bedroeg in 2025 5,2 procent van het bbp. De staatsschuld steeg van 103,9 procent van het bbp in 2024 naar 107,9 procent in 2025 en ongeveer 109 procent in het eerste kwartaal van 2026. De Europese Commissie verwacht dat het tekort in 2027 oploopt tot 5,4 procent en de schuld bijna 113 procent van het bbp bereikt. De overheid gaf in 2025 54,2 procent van het bbp uit, tegenover 49 procent aan inkomsten. Vergrijzing, hogere defensie-uitgaven en oplopende rentekosten zetten de overheidsfinanciën verder onder druk.
Toch verschilt België op belangrijke punten van Griekenland in 2010. Griekenland verloor destijds de toegang tot de kapitaalmarkt, terwijl België nog steeds tegen een relatief redelijke rente kan lenen. De Belgische tienjaarsrente lag begin september rond 3,9 procent, tegenover ongeveer 3,4 procent voor Duitsland. België profiteert bovendien van aanzienlijke particuliere vermogens, veel huizenbezit en een relatief solide financiële sector. Ook heeft de staatsschuld een gemiddelde looptijd van circa tien jaar, waardoor hogere rentes slechts geleidelijk doorwerken.
De situatie blijft volgens de auteur wel kwetsbaar. Financiële markten kunnen lang geduldig zijn, maar hun vertrouwen ook snel verliezen. Een combinatie van lage economische groei, hoge belastingen, een oplopende schuld en de ingewikkelde Belgische bestuursstructuur vergroot het risico. Zolang België zelf hervormt, kan het bepalen waar wordt bezuinigd of welke inkomsten worden verhoogd. Bij externe steun worden hervormingen voorwaarden voor iedere nieuwe leningstranche en verliest de nationale politiek veel beleidsruimte.
Voor een euroland ligt een Europees steunprogramma meer voor de hand dan een klassieke IMF-redding. België zou eerst zelf hulp moeten aanvragen. Daarna zouden de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) de houdbaarheid van de schuld en de gevolgen voor de eurozone beoordelen. Na politieke goedkeuring door de andere eurolanden volgt een memorandum met hervormingsvoorwaarden. Het ESM heeft formeel een uitleencapaciteit van 500 miljard euro, waarvan nog ruim 430 miljard beschikbaar is. Het IMF kan financieel en technisch betrokken worden, maar deelname aan een volledig IMF-programma is niet automatisch verplicht.
België is volgens de auteur financieel groot genoeg om problemen in de eurozone te veroorzaken, maar klein genoeg om nog door het ESM te kunnen worden opgevangen. Italië heeft weliswaar een veel hogere schuld, maar een lager en dalend tekort, een primair overschot en een stabielere regering. Frankrijk vormt op dit moment een groter risico: de Franse schuld ligt rond 118 procent van het bbp en het tekort kan in 2027 oplopen tot 5,7 procent. Een crisis in Frankrijk of Italië zou de capaciteit van het ESM waarschijnlijk zwaar belasten. Een Belgische crisis die daarmee samenvalt, kan uitgroeien tot een brede eurocrisis.
Nederland zou daar direct en indirect door worden geraakt. Het land heeft ongeveer 5,66 procent van het ESM-kapitaal in handen, met circa 4,56 miljard euro ingebracht en een garantie van ongeveer 35,3 miljard euro. Dat betekent niet dat dit bedrag bij een Belgische lening meteen uit de Nederlandse begroting wordt betaald: het ESM financiert steun vooral via eigen obligaties. Het risico ontstaat vooral wanneer leningen niet worden terugbetaald en de buffers onvoldoende zijn. Daarnaast kunnen hogere rentes, verliezen op Belgische obligaties, problemen bij financiële instellingen en een Belgische recessie Nederlandse banken, pensioenfondsen, exporteurs en grensregio’s treffen.
Een Belgisch IMF- of ESM-programma is op korte termijn daarom onwaarschijnlijk, maar de begroting vraagt wel dringend om hervormingen. Een tekort van meer dan 5 procent in een periode zonder diepe recessie tast de financiële buffers aan. De belangrijkste les van Griekenland is niet dat hoge schuld automatisch tot faillissement leidt, maar dat de euro nationale regeringen lang kan beschermen tegen slecht beleid. Wanneer het vertrouwen verdwijnt, worden de voorwaarden echter door externe instellingen bepaald. België is voor Nederland extra belangrijk als buurland, handelspartner en mede-eigenaar van de Europese noodmechanismen: de eurozone vormt een gezamenlijk financieel risico.
Vandaag Inside: Chris Woerts pleit In de Wandelgangen voor ingrijpende verandering in Nederlandse Eredivisie