Beleggers betalen sneller belasting in box 3. Vanaf dit bedrag ben je straks de pineut
In dit artikel:
Vanaf 2028 verandert de belastingheffing in box 3 ingrijpend: de vrijstelling op vermogen verdwijnt en wordt vervangen door een heffingsvrij inkomen. Dat betekent dat mensen vanaf 2028 pas belasting in box 3 betalen als ze meer dan €1.800 aan rente of rendement per persoon ontvangen (fiscaal partners €3.600). Nu geldt nog een heffingsvrij vermogen van ongeveer €59.357 per persoon.
Wie daarvan profiteert en wie nadeel ondervindt hangt af van het type vermogen en het rendement. Bij de huidige lage spaarrentes — banken als ING, ABN Amro en Rabobank zitten vaak onder de 1,5% — gaan veel spaarders er mee vooruit: bij 1,5% rente komt de nieuwe drempel overeen met zo’n €120.000 spaargeld, waardoor mensen met kleinere spaartegoeden mogelijk geen box 3-belasting meer betalen en honderden euro’s per jaar besparen. Voor actieve beleggers draait het juist andersom: wie hogere rendementen behaalt, kan eerder belastingplichtig worden. Een portefeuille van bijvoorbeeld €30.000 die meer dan circa 6% rendement oplevert zou onder het nieuwe systeem wél belast raken.
Een belangrijke complicatie is dat box 3-inkomen sinds 2025 meetelt voor het verzamelinkomen. Een hoger verzamelinkomen leidt tot afbouw van heffingskortingen (algemene kortingen die veel mensen ontvangen). Daardoor kan de daadwerkelijke belastingdruk op rendementen flink hoger uitvallen dan het nominale tarief van ongeveer 36% — met name gepensioneerden kunnen door de afbouw van kortingen een effectief tarief zien oplopen tot ruim boven de 50%. Veel belastingplichtigen zullen dit pas bij de aangifte merken, wat onverwachte tegenvallers kan veroorzaken.
Fiscaal adviseur Cor Overduin wijst erop dat de verwevenheid van vermogensbelasting en heffingskortingen aantoont dat het stelsel toe is aan een grondige hervorming. Zo’n brede herziening zou vragen om keuzes over vermogen in de bv, eigen woning en pensioen en vergt politiek draagvlak dat nu ontbreekt. Conclusie: spaarders met weinig rendement kunnen winnen, beleggers met hoge rendementen en vooral oudere mensen lopen het risico op hogere effectieve belastingdruk en verrassingen bij de aangifte.