Belang van een vast contract nog vaak onderschat: 'Nieuwe factor in de mate van ongelijkheid'
In dit artikel:
Onderzoek van Lonneke van den Berg (NIDI en RUG) toont aan dat het krijgen van een vast arbeidscontract in Nederland grote gevolgen heeft voor levenskeuzes van jongvolwassenen, vooral voor vrouwen. Veel mensen starten met tijdelijke contracten en stromen soms pas na meerdere contracten door naar een baan voor onbepaalde tijd. Volgens het CBS heeft circa een derde van de 23‑jarigen een vaste aanstelling, tegenover ongeveer 65 procent van de 35‑jarigen.
Het cruciale effect is dat financiële zekerheid het besluit om kinderen te krijgen beïnvloedt. Zowel mannen als vrouwen plaatsen kinderwens vaker in de context van stabiel inkomen, maar het verband is veel sterker bij vrouwen: er is een duidelijke toename in het aantal geboorten in het eerste jaar nadat vrouwen een vast contract hebben gekregen. Vanaf ongeveer 27 jaar worden vrouwen met een vaste baan vaker moeder dan gelijk‑jarige vrouwen zonder vaste aanstelling.
Meerdere factoren verklaren dit patroon. Vrouwen verdienen in Nederland gemiddeld minder per uur (CBS: 10,5 procent in 2025) en werken vaker in laagbetaalde sectoren. Na de komst van een kind daalt het inkomen van vrouwen verder, doordat zij vaker in deeltijd gaan werken en langer hun loopbaan onderbreken, waardoor promoties en loonsprongen uitblijven. Daardoor is het voor vrouwen extra belangrijk eerst arbeidszekerheid te hebben voordat ze aan kinderen beginnen.
De krappe woningmarkt versterkt het effect: stijgende huizenprijzen en de behoefte aan ‘gezinsvriendelijke’ woonruimte (extra slaapkamers, tuin) maken gezinsvorming zonder financiële zekerheid lastiger. Jongvolwassenen met tijdelijke contracten voelen zich daardoor vaker vastzitten en rapporteren minder welbevinden, mede door zorgen over hun toekomst.
Tenslotte werkt het systeem ongelijkheid in de hand: hoger opgeleiden en jongeren uit vermogende gezinnen hebben meer kans op vaste contracten, waardoor vermogen en zekerheid zich cumuleren. Van den Berg waarschuwt dat de invloed van het contract op levensloop en ongelijkheid niet onderschat moet worden—wat implicaties heeft voor arbeids‑, huisvestings‑ en gezinsbeleid in Nederland.