Beheerders stadskerken: Religie is onderdeel van cultuur, we sluiten kerkdiensten niet uit
In dit artikel:
Toen de protestantse gemeente in Alkmaar vroeg of twee wijkgemeenten op eerste paasdag gezamenlijk in de Grote Kerk mochten vieren, kreeg ze van Stichting Theater De Vest/Grote Kerk Alkmaar een kort antwoord: de kerk wordt niet verhuurd voor gebedsdiensten. Dat leidde tot commotie en vervolgcontact met de gemeente Alkmaar. Wethouder Jan Hoekzema zei later dat er geen categorisch verbod op religieuze bijeenkomsten bestaat; het mailantwoord was te kort door de bocht en mogelijk het werk van een medewerker. Burgemeester en wethouders benadrukten dat al wel religieuze momenten zoals de jaarlijkse kerstnachtdienst of een katholieke viering plaatsvonden en dat aanvragen per geval worden gewogen.
De Alkmaarse kwestie voert de bredere vraag op hoe monumentale stadskerken die niet langer in handen zijn van een kerkelijke gemeente omgaan met verzoeken voor diensten. Een rondgang door een aantal gemeenten laat zien dat beleid sterk uiteenloopt, maar dat veel beheerders streven naar een balans tussen cultuur-/evenementenprofiel en de historische religieuze functie van hun gebouwen.
Voorbeelden:
- Rotterdam (Laurenskerk): Stichting Laurenskerk ziet het gebouw als zowel culturele locatie als religieuze ruimte. Er zijn vaste kerkelijke gebruikers met meerdere diensten per zondag; incidentele diensten of interreligieuze bijeenkomsten worden in overleg mogelijk gemaakt en gezien als verhuringen.
- Zwolle (Grote of Sint-Michaëlskerk): sinds beheer door Stichting Academiehuis in 2015 is de kerk een breed cultureel en maatschappelijk podium. Er is vrijwel elke zondag een Michaëlsviering onder verantwoordelijkheid van de protestantse gemeente. Verzoeken voor diensten komen weinig voor en worden getoetst aan identiteitspijlers: woord, kunst en muziek, en aan het monumentale karakter.
- Leiden (Pieterskerk): behoudt enkele historische tradities (kerstnachten, 3 oktober, een Thanksgiving-service). Sporadische aanvragen worden niet uitgesloten; de Pieterskerk positioneert religie als onderdeel van cultuur en zegt geen onderscheid te maken tussen levensbeschouwingen.
- Den Haag (Grote of Sint-Jacobskerk): veertig jaar geleden onttrokken aan eredienst en ontwikkeld als evenementenlocatie. De eigenaar, de protestantse gemeente, behoudt enkele diensten per jaar; andere religieuze bijeenkomsten zijn mogelijk als incidentele verhuringen die in het evenementenprofiel passen. De Jacobskerk wil een “huiskamer voor de stad” zijn, maar structureel kerkgebruik door derden past niet bij de exploitatie.
- Breda (Grote Kerk): hoewel juridisch eigendom van de protestantse gemeente, voert een stichting het beheer. De protestantse gemeente mag op grond van afspraken tien keer per jaar een openbare eredienst houden; verzoeken van andere kerkelijke gemeenten worden doorgaans niet gehonoreerd.
- Groningen (Akerk): verhuurt sporadisch voor speciale herdenkingen of oecumenische vieringen; primair wordt de kerk benut als publiek cultureel ontmoetingspunt.
- Nijmegen (Stevenskerk): na overdracht aan een seculiere stichting heeft het Oecumenisch City-Pastoraat exclusief religieus gebruik voor wekelijkse en speciale diensten; andere religieuze groepen worden voor strikt-religieuze activiteiten naar het OCP verwezen, al zijn zij voor andere activiteiten welkom.
Algemene conclusie van de inventarisatie: ook wanneer stadskerken niet meer kerkelijk eigendom zijn, blijft hun religieuze functie vaak zichtbaar, maar de mate waarin diensten plaatsvinden hangt sterk af van de administratieve band met de oorspronkelijke gemeente en van het profiel dat de beheerder wil nastreven. Veel stichtingen hanteren een beleid van case-by-caseafweging: ze willen ruimte bieden voor maatschappelijke en levensbeschouwelijke momenten, houden rekening met monumentale en exploitatie-eisen, en proberen voorkennis en communicatie bij weigeringen te verbeteren om onnodige commotie te vermijden.
Contextueel speelt mee dat gemeentelijke monumenten behoefte hebben aan inkomsten en programmering, terwijl gemeenschappen en gelovigen waarde hechten aan de erfgoedwaarde en de oorspronkelijke functie als gebedsruimte. Beheerorganisaties zoeken vaak naar een middenweg: behoud van historische religieuze praktijken op belangrijke momenten, gecombineerd met een breed cultureel en maatschappelijk gebruik gedurende het jaar.