Behalve Donald Trump zijn ook de Iraanse voetbalfans niet blij met Iran op het WK: 'Het is een team van de Revolutionaire Garde'

maandag, 8 juni 2026 (17:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Op 16 juni speelt Team Melli in Los Angeles tegen Nieuw-Zeeland, maar dat duel staat in de schaduw van politieke spanningen binnen en buiten Iran. Afshin Ghotbi, de Iraans‑Amerikaanse oud-bondscoach die in maart in Nederland werd geïnterviewd, schildert hoe het nationale elftal steeds meer een instrument is geworden in de machtsstrijd tussen het regime en diens tegenstanders — en waarom veel Iraanse voetbalfans in de diaspora het team niet willen verwelkomen.

De gebeurtenissen van de afgelopen jaren — de massale protesten na de dood van Mahsa Amini, harde repressie door de Revolutionaire Garde (IRGC) en recente bombardementen — hebben de relatie tussen spelers, bond en publiek verzwaard. Veel ex‑internationals en fans roepen op tot afstand van het regime; sommigen dromen van een “Free Iran Team” opgebouwd uit vluchteling‑spelers. Tegelijk maakt het regime gebruik van Team Melli als propagandapodium: stafleden met nauwe banden met de IRGC zitten in de selectie, en spelers worden onder druk gezet om zich loyaal te tonen.

Internationale voetbalinstanties spelen een onnatuurlijke rol. Gianni Infantino stelde tijdens oefenwedstrijden in Antalya nadrukkelijk dat Iran zal deelnemen aan het WK, ondanks politieke druk van landen als de VS. Critici, waaronder oud‑Fifa‑functionaris Miguel Maduro, suggereren dat Infantino belangen heeft bij het behouden van goede betrekkingen met landen als Rusland en China en daarom Iran actief beschermt. De kwestie raakt de kern van Fifa‑regels over politieke inmenging, wat tot discussies leidt over dubbele standaarden.

De WK‑voorbereiding is beladen: Iran verplaatste zijn basiskamp van Arizona naar een trainingscomplex in Tijuana, vlakbij Los Angeles. Op de revers van de spelers zat een speldje met ‘168’, verwijzend naar doden bij een Amerikaans bombardement, een politieke boodschap die de controverse vergroot. In LA zelf woont naar schatting tweehonderdduizend mensen van Iraanse afkomst — veel van hen plannen protesten en verwachten symbolische acties in en rond het stadion, zoals het tonen van de oude Pahlavi‑vlag en het zingen van verboden volksliederen.

Individuele spelers staan onder druk en lopen uiteen in hun keuzes. Mehdi Taremi zoekt afstand tot politiek en zegt te willen ‘vreugde brengen’ met voetbal; dat stuit op felle kritiek van activisten en influencers die vinden dat spelerrelaties met het regime niet onbesproken mogen blijven. Rashid Mazaheri — een keeper die zich eerder kritisch uitliet — is sinds februari vermist nadat hij zich kritisch uitliet tegen leiderschap; recent meldde men dat hij bij de grens is opgepakt. Voorstanders in de diaspora roepen Fifa op om zich in te zetten voor zijn vrijlating en aandacht te vragen voor zijn lot. Belangrijke namen ontbreken ook: topschutter Sardar Azmoun is niet geselecteerd na omstreden contacten.

De geschiedenis toont dat voetbal politieke symboliek kan verminderen of versterken: Ghotbi verwijst naar de beroemde ontmoeting Iran–VS in 1998 als voorbeeld van verbindende kracht, maar de recente ervaring in Qatar (WK 2022) — met protestleuzen en repressieve tegenreacties van de IRGC — laat zien hoe kwetsbaar die brug is gebleven. Voor velen in de Iraanse gemeenschap staat nu meer op het spel dan sport: het WK wordt een podium voor verzet, propaganda en internationale diplomatie. Kritieken luiden dat Fifa te weinig doet om spelers en dissidenten te beschermen en dat het toernooi daardoor ongewild het regime een podium geeft.