Begrip, steun of alleen morele steun? Aanval op Iran verdeelt politiek Den Haag

donderdag, 12 maart 2026 (15:45) - NOS Nieuws

In dit artikel:

In de Tweede Kamer was deze week (debat over de oorlog in het Midden-Oosten) duidelijk dat de aanval van de VS en Israël op Iran de Nederlandse politiek verdiept verdeeld: het kabinet zegt "begrip" te hebben voor de militaire acties, maar spreekt geen steun uit. Verschillende coalitiepartijen leggen dat begrip echter verschillend uit.

D66-fractieleider Paternotte erkent het verlangen om het Iraanse regime te verzwakken, maar keurt de uitvoering af: een aanval zonder helder plan, onduidelijke doelen en mogelijk strijdig met het internationaal recht is volgens hem onacceptabel. Hij ziet de verschillen met het kabinet vooral als toonverschillen en verdedigt desondanks het officiële standpunt.

De VVD (Brekelmans) positioneert zich aan de zijde van de VS en Israël, maar vermijdt het woord "steun" omdat dat deelname of militaire betrokkenheid zou impliceren. CDA-leider Bontenbal heeft ook begrip voor de actie, maar waarschuwt dat deze "schuurt" met het internationaal recht en pleit ervoor dat het kabinet in de EU bij de Amerikanen aandringt op duidelijkheid over doelen en een exitstrategie.

Rechtse partijen zoals PVV, JA21, BBB, SGP en enkele individuele Kamerleden juichen de operatie toe. PVV-leider Wilders noemde het uitschakelen van leiderschaps- en militaire capaciteiten een "heldendaad", maar hij erkent dat veel onduidelijk blijft over de uiteindelijke Amerikaanse en Israëlische plannen.

Links in de Kamer, vertegenwoordigd door onder meer GroenLinks-PvdA (Klaver), wil juist dat Nederland afstand neemt en waarschuwt voor het risico op escalatie en langdurige instabiliteit — vergelijkingen met de inval in Irak (2003) werden gemaakt. Klaver wees ook op concrete Nederlandse belangen: hogere olieprijzen, opbrengsten voor Rusland en minder beschikbare Patriot-raketten voor Oekraïne.

Het kabinet reageert later op de dag: minister-president Jetten en de ministers Berendsen (Buitenlandse Zaken) en Yesilgöz (Defensie) beantwoorden de vragen van Kamerleden. Centraal in het debat stonden zorgpunten over rechtsvaardigheid, duidelijke doelstellingen en het gevaar van het land erin meegezogen te worden, naast politieke verdeeldheid over hoe ver Nederland zich moreel of praktisch moet opstellen.