Begin je te klappen omdat het zo hoort? Over de rol van het applaus in de klassieke concertetiquette
In dit artikel:
Applaus lijkt een vast onderdeel van het klassieke concert, maar de manier waarop en het moment waarop wordt geklapt, zeggen veel over de relatie tussen uitvoerder en publiek. Tijdens een concert van pianist András Schiff in het Concertgebouw bleef de muziek van Bachs onvoltooide Die Kunst der Fuge abrupt steken. Na een korte spanning barstte een langdurige staande ovatie los, gevolgd door meerdere buigingen en een toegift.
De concertetiquette is historisch gegroeid. In de beginjaren van Het Concertgebouw, dat in 1888 opende, werd tijdens uitvoeringen nog gepraat, gegeten en gedronken. Onder chef-dirigent Willem Kes veranderde dat aan het einde van de negentiende eeuw: hapjes en drankjes verdwenen en stilte tijdens de muziek werd de norm. Componisten verschilden overigens van mening over applaus. Mozart verwelkomde reacties vanuit de zaal, Brahms hoopte zelfs op applaus tussen symfoniedelen, terwijl Beethoven juist stilte als onderdeel van de compositie beschouwde.
Volgens communicatiewetenschapper Alan Crawley is gewoon klappen instinctief, maar is applaudisseren een cultureel aangeleerde uiting van bewondering. Cultuurcriticus Eric de Kuyper beschrijft applaus als een genuanceerde boodschap aan de uitvoerder: het kan ingetogen, enthousiast, kort of uitbundig zijn. In Nederland is die nuance volgens hem kleiner geworden doordat een staande ovatie in grote concertzalen bijna vanzelfsprekend is. In Duitsland en Engeland blijven bezoekers vaker zitten, tenzij sprake is van een uitzonderlijke uitvoering.
Ook internationaal bestaan grote verschillen. Bij de BBC Proms in Londen zweept een deel van het publiek de zaal op met gestamp. In België wordt soms ritmisch en gezamenlijk geapplaudisseerd, terwijl Japanse concertbezoekers doorgaans zeer stil luisteren en na afloop kort maar intens reageren. Violist Michael Gieler en orkestredacteur Martijn Voorvelt benadrukken daarmee dat applaus sterk afhankelijk is van culturele gewoonten.
Een concert van pianist Marnix van de Poll in het Huisje van Simeon ten Holt laat zien dat stilte zelf ook betekenis kan krijgen. Na anderhalf uur Canto Ostinato hield hij de stilte na de laatste noot minutenlang aan. Pas daarna begon iemand te klappen; de rest van het publiek reageerde kalm en bleef grotendeels zitten. In die pauze lijkt het gesprek tussen musicus en luisteraar nog even door te gaan voordat het applaus voor ontlading zorgt.
Ongebruikelijke concertvormen kunnen die wisselwerking versterken. Collectief Radio Kootwijk Live experimenteerde met uitvoeringen op onder meer een bevroren vijver, in een bestelwagen en op bedden. Volgens initiatiefnemer Marije Nie leidt een onverwachte setting vaak tot bewuster luisteren. De Kuyper vindt dat klassieke concerten juist te weinig ruimte laten voor spontaniteit, in tegenstelling tot theater, opera en ballet, waar het publiek tijdens de voorstelling kan reageren.
De auteur test ten slotte wat er gebeurt als applaus volledig uitblijft. Tijdens een huiskamerconcert voor twaalf mensen speelt hij piano terwijl het publiek vooraf en na afloop zwijgt. Na de laatste noot blijft het doodstil. De luisteraars vertrekken uiteindelijk zonder reactie. Voor de pianist is die stilte beangstigend, omdat hij niet weet hoe zijn spel is ontvangen; voor het publiek blijkt het ongemakkelijk om het gezamenlijke ritueel van luisteren en applaudisseren achterwege te laten. Applaus is daarmee niet alleen een conventie, maar ook het hoorbare antwoord in een gedeeld gesprek.
Vandaag Inside: Gaan Raymond Mens en Thomas van Groningen commentaar geven bij het Eurovisie Songfestival?