Bedrijventerreinen zijn slecht voorbereid op klimaatverandering, is Edama in Uithuizen een goed voorbeeld?
In dit artikel:
Satellietbeelden tonen dat bedrijventerreinen in Groningen en Drenthe slecht zijn voorbereid op extremer weer: gemiddeld bestaat een Gronings bedrijventerrein voor 44 procent uit verhard oppervlak, in Drenthe is dat zelfs 50 procent. Een analyse van Werklandschappen van de Toekomst (een samenwerkingsverband met subsidie uit het Nationaal Groeifonds) laat zien dat ruim 70 procent van de terreinen in beide provincies bij een hevige regenbui risico loopt op wateroverlast.
De studie onderzocht zo’n 200 terreinen in Groningen en 120 in Drenthe en bracht ook groenindicatoren in kaart. Drenthe heeft relatief meer bomen: 21 procent van de terreinen heeft minstens drie zichtbare bomen (Groningen 12 procent) en 22 procent van de Drentse terreinen haalt de norm van minimaal 30 procent boomkroonbedekking (Groningen 18 procent). De hoge mate van verharding verhoogt niet alleen overstromingsrisico’s maar versterkt ook hitte- en biodiversiteitsproblemen.
Als tegenvoorbeeld en proefproject wordt bedrijventerrein Edama in Uithuizen besproken. Het terrein uit 1990 moet een metamorfose ondergaan: groene daken en gevels, verduurzaamde panden, een klimaatadaptief wegdek (zonder beton), een voedselbos en plekken om buiten te lunchen of vergaderen. De uitvoering verloopt traag; twee aangeplante boompjes gingen dood en zichtbaar groen blijft beperkt, maar de gemeenteraad van Het Hogeland heeft recent plannen onder het Nationaal Programma Groningen goedgekeurd. Lokale ondernemers zoals hoveniersbedrijf De Wilde Appel streven naar gasloos en klimaatneutraal ondernemen rond 2030.
Verduurzaming stuit op bestuurlijke en ruimtelijke knelpunten. Op een symposium in Hoogeveen (2024) maakte een voorbeeld van meubelfabriek VEPA indruk met een grootschalig ecologisch gebied bij de fabriek in Emmen, maar gemeentelijke ambities voor waterberging en verlichting moeten vaak wijken voor directe economische vragen over hoeveel bedrijven er op een terrein passen. Daarom investeert Den Haag in het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland, onder meer door regionaal personeel in te huren om bedrijven te helpen zich te organiseren en gezamenlijke maatregelen voor elektriciteitsvoorziening, waterhuishouding, veiligheid en milieu mogelijk te maken.
Betrokkenen benadrukken dat organisatorische slagkracht essentieel is: als ondernemers geen directe hinder ervaren, is het moeilijk hen te mobiliseren voor preventieve aanpassingen. Tegelijkertijd staat er op Europees niveau druk op vergroening: de Natuurherstelverordening schrijft voor dat stedelijk groen en biodiversiteit vanaf 2030 meetbaar moeten toenemen. Voor veel Nederlandse bedrijventerreinen betekent dat ingrijpende veranderingen in inrichting en beheer — maar de uitvoering vraagt tijd, geld en bestuurlijke afstemming.