Bedrijven grijpen naar dieselaggregaat door overvol stroomnet
In dit artikel:
Ongeveer 14.000 bedrijven staan in Nederland op een wachtlijst voor een elektriciteitsaansluiting; een deel van hen grijpt daarom naar dieselaggregaten om productie en bouw door te laten gaan. Laadpaalfabrikant Flexicharge uit Den Bosch is een voorbeeld: eigenaar Rutger Schuur laat een rode dieselgenerator draaien bij zijn nieuw pand en verbruikt zo’n 800 liter diesel per twee weken. Hij wilde een klimaatneutraal gebouw, maar ziet geen kortetermijnalternatief.
Er zijn geen landelijke cijfers over hoeveel bedrijven op deze manier zelf stroom opwekken; het ministerie van Klimaat en Groene Groei, netbeheerder Enexis en verhuurbedrijven zoals Atlas Copco bevestigen wel dat de vraag naar aggregaten stijgt. Bedrijven installeren generatoren omdat ze of geen aansluiting krijgen, of omdat hun bestaande aansluiting te klein is en uitbreiding lang op zich laat wachten.
Netbeheerders beperken nieuwe aansluitingen om overbelasting van het netwerk te voorkomen. Uitbreidingen vragen veel tijd door vergunningprocedures, inspraak van omwonenden en een tekort aan technische vakmensen bij de netbeheerders. Enexis-bestuurder Han Slootweg waarschuwt dat het probleem nog jaren kan aanslepen; hij noemt een termijn tot tien jaar voordat de knelpunten zijn opgelost. Daardoor voelen veel ondernemers zich gedwongen tot dure en vervuilende alternatieven, ook bedrijven die zich juist inzetten voor de energietransitie.
De praktijk leidt tot een spanning tussen klimaatdoelen en economische realiteit: dieselaggregaten zijn duur in huur en brandstof en vergroten emissies, maar bieden direct vermogen dat ondernemers nodig hebben om te kunnen produceren en groeien. Ondernemers zoals Schuur hopen op een aansluiting binnen korte tijd, maar blijven sceptisch vanwege ervaringen van langere wachttijden elders. Het ontbreken van exacte gegevens over aggregaten maakt het lastig om de omvang van de praktijk en de milieu-impact nationaal te beoordelen.