Bedrijf dat superjachten bouwt voor 's werelds allerrijksten betaalt amper belasting

woensdag, 8 april 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Oceanco bouwt in Alblasserdam en Zwijndrecht extreem luxe superjachten voor klanten als Jeff Bezos, Steven Spielberg, Eric Schmidt en Amerikaanse sportinvesteerders. De schepen — sommige meer dan honderd meter lang, met sauna’s, meerdere jacuzzi’s, zwembaden, golf- en basketbalfaciliteiten of mini-onderzeeërs — worden gepresenteerd in glansrijke settings zoals Monaco en Dubai. Jeff Bezos betaalde naar verluidt circa 500 miljoen dollar voor de Koru; Spielberg ongeveer 250 miljoen voor de Seven Seas. Het orderboek zou volgens CEO Marcel Onkenhout vol zijn tot 2030, en Oceanco breidt de werven en het personeelsbestand uit; bij de bouw van een jacht kunnen soms tweeduizend specialisten betrokken zijn. De werf in Alblasserdam is ingericht voor nieuwbouw en ligt direct naast een woonwijk; Zwijndrecht focust vooral op refits. Voor klanten zijn helipads aangelegd omdat directe toegang met helikopter marktconform wordt geacht.

Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek van Follow the Money dat Oceanco financieel minder florissant oogt dan de glamour doet vermoeden. Sinds 2014 lag de jaaromzet telkens boven de 200 miljoen, maar het bedrijf maakte in de periode 2014–2024 gemiddeld jaarlijks ongeveer 1,7 miljoen euro verlies en betaalde onderaan de streep geen vennootschapsbelasting. Per 2024 had Oceanco een opgebouwde fiscale verliesrekening van ongeveer 6,2 miljoen euro die in de toekomst gebruikt kan worden om winstbelasting te verlagen. Dat contrast tussen publieke luxe en boekhoudkundige rode cijfers roept vragen op bij fiscalisten.

Die twijfels worden versterkt door complexe, moeilijk doorzichtige geldstromen tussen Nederlandse dochterbedrijven en vennootschappen in belastingjurisdicties zoals de Bahama’s, Curaçao en de Britse Maagdeneilanden. Jaarrekeningen tonen hoge vorderingen en schulden tussen binnen- en buitenlandse entiteiten: Nederlandse vennootschappen leken honderden miljoenen verschuldigd aan overzeese bedrijven en omgekeerd stonden buitenlandse entiteiten ook voor tientallen miljoenen in de boeken van Nederland. De jaarstukken geven nauwelijks verklaringen voor deze onderlinge transacties. Fiscaal expert Kenny van der Loos noemt het opmerkelijk dat er brievenbusmaatschappijen op Curaçao en de Bahama’s bestaan en zou als Belastingdienst-functionaris om opheldering vragen.

Oceanco wijst erop dat de offshore-vennootschappen sinds medio vorig jaar niet meer tot de groep behoren en verklaart dat de verliezen veroorzaakt zijn door operationele problemen: een failliete onderaannemer, aanzienlijke vertragingen door de covidpandemie, extra kosten door uitbreidingen en een sterke toename van personeel. Het bedrijf ontkent dat verliezen het gevolg zijn van winstverschuiving naar landen met lagere belastingtarieven.

Historisch veranderde het bedrijf meerdere keren van eigenaar: opgericht in 1987 in Durban (Zuid-Afrika), werd Oceanco in 2002 door de Griek Theodore Angelopoulos omgevormd tot hoogwaardige superjachtbouwer en verhuisde de productie naar Nederland. Na winstjaren volgde in 2010 de verkoop aan Omaanse oliemagnaat Mohammed Al Barwani; vanaf dat moment trad structurele verliesgevendheid op. Barwani injecteerde in 2023 nog 31 miljoen euro, maar in 2025 werd Oceanco verkocht aan de Amerikaanse game-miljardair Gabe Newell. Newell liet onder meer twee grote jachten afleveren: de Draak (refit) en de Leviathan, waarvan laatstgenoemde in 2025 voltooid zou zijn en naar verluidt 500 miljoen dollar kostte.

De sectorpraktijken die in het artikel worden genoemd, vormen een bredere context: jachtbouwers en eigenaren benutten vaak fiscale en juridische mogelijkheden om belastingafdracht te minimaliseren. Een gangbare methode is het officieel afleveren van een jacht buiten EU-wateren — bijvoorbeeld in Noorwegen — zodat geen 21% btw verschuldigd zou zijn als het schip vervolgens lange periodes buiten de EU blijft. Daarnaast kiezen veel eigenaren voor registratie onder “flags of convenience” zoals de Kaaimaneilanden om gebruikers-, vermogens- of inkomstenbelasting te omzeilen en de uiteindelijke eigenaar moeilijk traceerbaar te maken. In meerdere gevallen voeren jachten die bij Oceanco zijn gebouwd de Kaaiman-vlag.

De lokale en nationale overheid staan positief tegenover de superjachtsector: gemeenten stimuleren uitbreiding (Zwijndrecht verleende zelfs een afwijkende interpretatie van vergunningen), de provincie en het ministerie zien de maritieme maakindustrie als strategisch voor innovatie en verdienvermogen en steunden projecten met subsidies (onder andere 2 miljoen euro recent voor automatisering binnen een consortium van scheepswerven). Tegelijkertijd zegt het ministerie dat fiscale aspecten buiten hun beleidsdomein vallen en worden beoordeeld door de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie.

Concluderend: Oceanco blijft een magneet voor extreem vermogenden en levert iconische, dure jachten, maar de bedrijfsvoering en financiële constructies geven aanleiding tot vragen over winstgevendheid en fiscale structurering. De combinatie van lokale economische voordelen (werkgelegenheid, kennisontwikkeling) en mogelijke ontwijkingspraktijken maakt het bedrijf en de sector tot een gevoelig dossier waar zowel gemeenten, toezichthouders als fiscale onderzoekers scherp naar kijken.