Bedelende vogeljongen in de zomer
In dit artikel:
In de hoogzomer is de uitbundige vogelzang grotendeels voorbij, maar buiten klinkt nog volop vogelgeluid. Jonge vogels zijn uitgevlogen en bedelen bij hun ouders om voedsel terwijl ze leren zelfstandig te overleven. Hun roepen zijn vaak opvallender, langer en luider dan toen ze nog in het nest zaten, zodat oudervogels hen gemakkelijk kunnen terugvinden.
Jonge vogels zien er meestal anders uit dan volwassen exemplaren. Hun verenpak is vaak onopvallender en beter gecamoufleerd, waardoor ze minder snel door roofdieren worden ontdekt. Het vermindert bovendien de kans dat volwassen vogels agressief op hen reageren. Met opengesperde snavels, een onderdanige houding en specifieke bedelgeluiden stimuleren de jongen hun ouders om te voeren. Dat kost de ouders echter veel energie, waardoor het voeren na verloop van tijd stopt.
De geluiden verschillen sterk per soort. Jonge zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen blijven hun ouders na het verlaten van de kolonie nog weken volgen, soms tot in de herfst. Jonge grote sterns bedelen met hoge piepjes en worden soms zelfs tot in hun Afrikaanse overwinteringsgebied gevoerd. Buizerds en boomvalken staan bekend om hun luide bedelroepen. Bij jonge ransuilen verandert een aanvankelijk zacht, klagend geluid in een luide, doordringende roep wanneer ze verder van het nest gaan rondzwerven.
Ook jonge futen, kleine karekieten en lepelaars hebben herkenbare bedelgeluiden. Bij zangvogels, zoals merels, vinken, huismussen en tjiftjaffen, blijft de afwijkende roep vaak nog tot diep in de herfst te horen. Jonge vogels lopen in deze periode veel gevaar; roofvogels als sperwers en boomvalken profiteren juist van de overvloed aan onervaren zangvogels. Zodra de jongen volwassen worden, verdwijnt hun afwijkende roep en begint de jaarlijkse voortplantingscyclus opnieuw.
Vandaag Inside: Estavana Polman stellig over babynaam In de Wandelgangen: ‘Dat wordt het niet…’