Bavo en Joran jarenlang onterecht gestraft: wat leert zaak van de 'duivelskinderen' ons?
In dit artikel:
In Brugge heeft een rechtbank deze week een ex-stiefmoeder schuldig bevonden aan onmenselijke behandeling van twee broers, Bavo en Joran. De feiten dateren van rond 2010–2013: de jongens (destijds ongeveer 8 en 10) werden jarenlang beschuldigd van doodsbedreigingen, vandalisme en brandstichting door hun stiefmoeder en hun moeder, die samen meermaals aangifte deden. Pas in 2013 nam de moeder afstand van haar partner en kwam het bedrog aan het licht; tegen die tijd waren de jongens al vier jaar uit huis geplaatst en in instellingen ondergebracht.
Wat het proces exemplarisch maakt zijn drie leerpunten. Ten eerste: jonge kinderen worden moeilijk geloofd. De broers ontkenden steeds, maar werden volgens hun advocate Emma Teerlinck door politie en ouders niet vertrouwd; zij stelt zelfs dat ondervragingen intimiderend en bedreigend waren. Sinds 2016 geldt dat minderjarigen bij verhoren altijd bijgestaan moeten worden door een jeugdadvocaat — een wijziging die precies illustreert waarom procedurele waarborgen voor kinderen nodig zijn.
Ten tweede: het vergaren van bewijs en het verloop van het onderzoek verliepen problematisch. Het dossier sleepte 16 jaar aan; deskundigenonderzoeken moesten meerdere keren herhaald worden, het parket was volgens de verdediging moeilijk te overtuigen van bijkomend onderzoek, en de zaak stuitte op procedurele obstakels en moest via hogere instanties voordat ze in Brugge kon worden behandeld. Die vertraging maakte het moeilijk om alle betrokkenen doeltreffend te vervolgen.
Ten derde: straffen zijn niet vanzelfsprekend als het proces zó lang duurt. Uiteindelijk werd alleen de ex-stiefmoeder schuldig bevonden en aangeduid als verantwoordelijk voor de onmenselijke behandeling; zij kreeg een voorlopige schadevergoeding toegewezen van 15.000 euro voor elk van de twee broers, en 5.000 euro voor hun grootvader en ouders. De moeder, de vader en de nieuwe partner van de vader zijn vrijgesproken. De rechtbank oordeelde dat de ouders handelden uit een soort “noodtoestand” — ze waren overtuigd dat de zonen de bedreigingen pleegden en wilden erger voorkomen — en daarom niet schuldig bevonden. Door de lange procedureslag ontbrak het aan volledige juridische gevolgen voor alle vermeende daders.
De uitspraak reinigt formeel de namen van Bavo en Joran, maar biedt slechts beperkte genoegdoening: de jongens verloren hun jeugd, werden fysiek gestraft (stukken rapporteren over slaan, opsluiting en koude douches) en hebben blijvende relatiekeuzes gemaakt — ze hebben het contact met hun moeder hersteld, met hun vader willen ze geen contact meer. De zaak benadrukt het belang van snelle, kindvriendelijke procedures en van het serieus nemen van verklaringen van minderjarigen. Voor wie meer verdieping zoekt, bespraken justitiejournalisten de zaak ook in de VRT-podcast ‘Onder ons: crimi’.