Bauke Mollema vindt sprinten een stuk spannender dan een klim-WK, 'waar Pogacar er ver bovenuit steekt'

maandag, 9 februari 2026 (10:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Groningen maakt zich op voor een nieuw bid om het wereldkampioenschap wielrennen op de weg naar Nederland te halen — mogelijk in 2032. De provincie hoopt hiermee een tweede kans te benutten nadat een eerdere poging voor 2020 door politieke perikelen op niets uitliep.

Aanjager van het idee is onder anderen oud-wielerjournalist Dick Heuvelman (80), die eerder de Giro naar Nederland haalde en sceptisch was dat Groningen ooit nog zo’n kans zou krijgen. Hij is nu optimistischer en wil het evenement nog meemaken. Organisator Thijs Rondhuis van Courage Events noemt het plan “een spektakel” en verwacht geen bergetappes: Groningen is te vlak en dat is juist kenmerkend voor het beoogde parcours.

Het te verwachten koersbeeld zal daarom inzetten op massasprints of waaiers in plaats van klimwerk — een scenario dat volgens oud-profs zoals Bauke Mollema, die in 2032 met pensioen zal zijn maar het bid steunt, juist spannende wedstrijden kan opleveren. Rondhuis merkt op dat de afgelopen twintig jaar drie WK’s eindigden in een massasprint; af en toe kansen geven aan sprinters hoort erbij.

Hoewel de precieze route nog niet officieel onthuld is, zou het parcours de hele provincie aandoen: ongeveer 175 kilometer door onder meer Westerwolde, Oost-Groningen, de Eemshaven en het Westerkwartier, waarna het peloton uitkomt op een circa 15 kilometer lange omloop in en rond de stad Groningen met finish in de stad zelf.

Heuvelman stelt ook een blijvende attractie voor: een opgehoogde afvalberg tussen Usquert en Warffum — “Mont Usquert” of de ‘Waddenberg’ — als blijvende erfenis, vergelijkbaar met de VAM-berg in Drenthe die uit een stortplaats is ontstaan en sindsdien een wielericoon vormt.

Kortom: Groningen mikt op een vlak, snel en publieksvriendelijk WK waarop sprinters en tactische waaiers het podium beslissen, met een ambitie om zowel sportief spektakel als een zichtbare legacy voor de regio achter te laten.