Bassiehof - De overheid blijkt stilletjes de fopterm islamofobie te hebben gedumpt
In dit artikel:
Kamerlid Gidi Markuszower stuitte begin deze maand op een bericht van het Iraanse persbureau ABNA dat Zweden stopt met het gebruik van de term "islamofobie". Hij vroeg daarop aan minister-president Rob Jetten en minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen of Nederland dat voorbeeld moest volgen. In antwoorden die donderdag verschenen, bevestigt Berendsen dat het ABNA-bericht juist is en verklaart dat het kabinet in binnenlandse aangelegenheden doorgaans de term "moslimdiscriminatie" gebruikt; op EU- en internationaal niveau hanteert men termen als "antimoslimhaat" of "antimoslimdiscriminatie". Kritiek op een religie valt onder vrijheid van meningsuiting, maar geweld, haatzaaien en discriminatie zijn verboden, aldus ook minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma tijdens een recent commissiedebat na een vraag van SGP’er André Flach.
Volgens het stuk is dit opmerkelijk omdat de term "islamofobie" jarenlang door uiteenlopende islamitische organisaties, belangengroepen, sommige politieke partijen, media en zelfs de Verenigde Naties (met een Internationale Dag ter Bestrijding van Islamofobie) breed werd gebruikt en gepromoot. De Nederlandse overheid lijkt die terminologie echter stilletjes te hebben losgelaten; de vroegste zichtbare aanwijzing daarvoor dateert van 14 maart 2024, toen minister Hugo de Jonge in beantwoording van Kamervragen consequent sprak over "moslimdiscriminatie".
Er blijven open vragen: is er een formeel beleidsbesluit of interne richtlijn geweest, bedoelt het kabinet met de nieuwe woordkeus een scherpere juridische afbakening, en ziet men "islamofobie" en "moslimdiscriminatie" als gelijk aan elkaar of verschillend? Het kabinet heeft in elk geval zonder veel publiek debat afstand genomen van het islamofobie-discours. De tekst sluit met de impliciete oproep dat de rest van politiek en samenleving die wijziging nog moet volgen.