Bassiehof - De kruiperigheid van Rob Jetten en consorten richting Kiev mag wat minder
In dit artikel:
De columnist hekelt de steeds terugkerende, bijna ceremoniële stroom Nederlandse bezoeken aan Kyiv en de volgzame houding die daarbij lijkt te horen. Politici en bewindslieden — van Dilan Yesilgöz (die volgens de auteur sinds het Douwe Bob-debacle veel minder fel twittert) tot premier Rob Jetten — reizen herhaaldelijk naar Oekraïne om steun te betuigen sinds de Russische invasie, terwijl Nederland financieel meer bijdraagt aan het land dan veel grotere Europese machten. De steun noemt de schrijver terecht, maar de persoonlijke pelgrimstochten naar Volodymyr Zelensky en het nadrukkelijke zoeken naar zijn goedkeuring worden als potsierlijk en onderdanig bestempeld: “alsof de ring gekust moet worden.”
De auteur verwijst ook naar twee eerdere bezoeken van Zelensky aan de Tweede Kamer, waarbij zijn militaire staf zichtbaar aanwezig was en zelfs op stoelen van ministers plaatsnam — iets waarover Nederlandse bewindslieden volgens de columnist weigerden opheldering te geven. Recent nam Jetten telefonisch contact op met Zelensky en liet dit zorgvuldig voor sociale media regisseren; de columnist vergelijkt dat met politieke PR-trucs van vroegere premier Mark Rutte. Tijdens het debat over de regeringsverklaring weigerde Jetten bovendien de oproep van Geert Wilders om jonge Oekraïense vluchtelingen actief te stimuleren naar huis terug te keren; Jetten zei: “We vangen ze hier netjes op.”
Kernpunt van het betoog: steun aan Oekraïne is noodzakelijk en moreel gerechtvaardigd, maar een minder kruiperige, minder theatrale houding tegenover Kyiv zou het binnenlandse draagvlak kunnen versterken. De schrijver pleit voor terughoudendheid in politieke symboliek en vraagt om meer eigenzinnigheid in de Haagse aanpak, zodat solidariteit niet verwatert door schijnbare onderdanigheid.