Basiskwaliteit Natuur in 5 mijlpalen

donderdag, 22 januari 2026 (11:17) - Vogelbescherming

In dit artikel:

Basiskwaliteit Natuur is een door Vogelbescherming geïnitieerd uitgangspunt: een minimumniveau aan natuurkwaliteit in dorpen, steden en andere leefomgevingen zodat zowel vogels als mensen gezond blijven. Marjanne Klok, coördinator Basiskwaliteit Natuur, beschrijft hoe het concept sinds de eerste ideeën rond 2018 geleidelijk is omgezet in concrete projecten door samenwerking met overheden, vrijwilligers en natuurorganisaties.

Vijf mijlpalen markeren die ontwikkeling. In 2021 verscheen het boek Nederlandse vogels in hun domein, dat per 74 leefgebieden inzicht geeft in soorten, bedreigingen en verbetermaatregelen; het fungeert sindsdien als inhoudelijk fundament. In 2023 startte het samenwerkingsverband Groene Bondgenoten (onder meer met Soorten NL, Landschappen NL, IVN en Natuur- en Milieufederaties) om vrijwilligers en lokale groepen tools en kennis te bieden, zoals e-learning en de soortenkijker.nl. De invoering van de Omgevingsvisie via de Omgevingswet (vanaf 2024 verplicht voor gemeenten) gaf het initiatief extra rugwind: steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Amersfoort en Ede hebben Basiskwaliteit al in beleid opgenomen als middel om meerdere maatschappelijke uitdagingen tegelijk aan te pakken (biodiversiteit, stikstof, klimaatadaptatie, gezondheid).

Om de ambitie praktisch te maken loopt sinds 2024 het Kennistraject Basiskwaliteit Natuur (tot 2028), waarin Vogelbescherming samenwerkt met partijen als Deltaplan Biodiversiteitsherstel, Naturalis, WUR en Sovon om per domein concrete normen en aanpakken te ontwikkelen. In 2025 zijn in elke provincie pilots van start gegaan: gemeenten en vrijwilligers gaan lokaal aan de slag en leren wat haalbaar is. Een voorbeeld uit Brabant toont dat oude heide-elementen ondanks intensieve landbouw nog aanwezig zijn; met ruimte en herstel kunnen typische soorten zoals blauwtjes en roodborsttapuiten terugkeren.

Basiskwaliteit Natuur is geen uitsluitend natuurgebiedsproject maar richt zich juist op tuinen, parken, straten en landbouwland: eenvoudige ingrepen (minder verharding, gifvrije bodem) leveren tegelijk voordelen voor soorten, waterhuishouding en menselijke gezondheid. Het doel is opschaling: van lokale pilots naar brede toepassing door samenwerking tussen vrijwilligers, gemeenten, provincies en het Rijk.