Bart van der Vossen woont al jaren in Oekraïne. Wat moet er gebeuren om de oorlog te stoppen? 'Europa moet veel harder optreden tegen Poetin'
In dit artikel:
Bart van der Vossen uit Vries woont al jaren in Oekraïne en keerde anderhalf jaar geleden terug naar zijn huis in Lisniky, op ongeveer vijf kilometer van Kiev, nadat hij en zijn vrouw aanvankelijk naar Nederland waren gevlucht. Deze winter is extreem koud — vorige week vroor het nog rond de –25°C — en door bombardementen op een elektriciteitscentrale had Kiev enkele dagen geen stroom; Van der Vossen verwarmt zijn huis met een generator en een accu, terwijl in de stad soms gaspitten werden gebruikt om flats warm te krijgen.
Hoewel Lisniky relatief veilig is, merkt hij dagelijks de oorlogsrealiteit: drones vliegen over, luchtalarm en afweergeschut klinken regelmatig en neergeschoten drone-resten belanden in tuinen. De bevolking is “oorlogsmoe”: mensen zijn prikkelbaarder, kampen met slaap- en psychische problemen en soms is reizen in en uit de stad onmogelijk.
Van der Vossen verzet zich tegen voorstellen om gebieden als de Donbas op te geven — „We willen de Donbas niet opgeven” — uit angst dat dit alleen aanleiding geeft tot grotere Russische expansie tot aan de rivier de Dnjepr en de Zwarte Zeekust (inclusief Odessa), met strategische grondstoffen en havens als doel. Hij vindt dat Europa harder moet optreden tegen Rusland en benadrukt dat de Russische economie leunt onder problemen zoals stijgende voedselprijzen en tekorten in de landbouw. Verder pleit hij voor meer wapensteun aan Oekraïne, in het bijzonder langeafstandswapens om Russische energie- en raffinaderijdoelen te treffen en zo het Kremlin pijn te doen.