Barbara kocht een kerk uit waardering voor de christelijke traditie: „Het is goed dat ik vooraf niet wist wat me te wachten stond"
In dit artikel:
Barbara van Dijk (59) is tandarts en beeldend kunstenaar en woont sinds 2019 fulltime in het kleine middeleeuwse kerkje van Ovezande (Zak van Zuid-Beveland), dat ze in 2009 kocht. Hoewel ze zichzelf niet religieus noemt, kocht ze het gebouw uit waardering voor de christelijke traditie en het culturele erfgoed. Aanvankelijk gebruikte ze het kerkgebouw alleen in weekenden en vakanties en richtte de aanbouw achterin om tot ontvangstruimte en woonkeuken; de vide boven die ruimte is nu woonkamer en atelier, de zolder boven de consistorie een slaapkamer.
Het vervallen kerkje onderging een ingrijpende restauratie door lokale ambachtslieden: dakconstructie en leien werden aangepakt, drainage aangelegd om vocht tegen te gaan, stucwerk en lambrisering vernieuwd, banken en kozijnen geschilderd en de betonvloer vervangen door hardstenen kerkdallen. Ze werkte met een bestaand restauratieplan van de gemeente en kreeg uiteindelijk 45 procent van de onderhoudskosten vergoed door de Rijksoverheid, maar liep door vergunningen en deskundige kritiek op sommige aanpassingen tegen onzekerheden en slapeloze nachten aan. Gemeente Borsele bood steun, en regulier onderhoud gaat door — in 2010 werden goten vernieuwd en recent schilderwerk verricht zonder subsidie om administratieve problemen te vermijden. Het Van Damorgel is behouden en verkeert in goede staat.
Het kerkje draagt de naam Wit Arjaentje, naar het enige bewaard gebleven fresco: een afbeelding van de heilige Adrianus. Dat fresco is verplaatst naar het portaal achter de toren, naast een portret van oud-burgemeester Dirk Mulder. Van Dijk verhuurt het voormalige gebedshuis voor recepties, trouwerijen en uitvaarten en wil er ook een galerie en portretstudio in vestigen om haar eigen werk en dat van anderen te tonen, zodat bezoekers het monument op vaste tijden kunnen bezoeken.
Ze ziet zichzelf meer als tijdelijke hoedster dan als eigenaar en wil het gebouw uiteindelijk nalaten aan Erfgoedvereniging Heemschut, omdat zij het liever als gemeenschapsbezit ziet. De restauratie bracht haar veel persoonlijke waarde: bijzondere ontmoetingen en dorpsverhalen die volgens haar niet in geld uit te drukken zijn.