Baptisten met een Sovjetverleden baden hardop in het restaurant
In dit artikel:
In een restaurant in Grand Rapids vraagt de vijfjarige kleindochter van de auteur waarom ze niet hardop bidden. De auteur voelt zich in verlegenheid gebracht, vooral als de buren — een luidruchtige Afro‑Amerikaanse familie — juist wél gezamenlijk het Onze Vader bidden zodra hun maaltijd arriveert. Hun openlijk gebed maakt duidelijk dat het mogelijk is om publiekelijk dankbaarheid te uiten zonder gêne, iets wat de auteur in Nederland veel minder ziet.
In Nederland bidden mensen doorgaans stilletjes voor zichzelf of vermijden ze openbaar gebed uit schaamte; lang stil zitten met gevouwen handen valt op en wordt vaak vermeden. Dat contrasteert met vroeger: in de jaren zestig was het nog gebruikelijk dat een commandant in de kantine om een ogenblik stilte vroeg zodat gegadigden konden bidden of een kruisje slaan. Hoewel die praktijk niet vlekkeloos was, bestond er meer respect voor wie om een zegen vroeg. Tegenwoordig laten sommige restaurants de bediening het eten gewoon neerzetten als gasten bidden en gaan ze door met een commerciële beleefdheid, zonder rekening te houden met het gebed.
De auteur roept tot zelfonderzoek op: klagen heeft soms weinig effect, maar zichtbaar en gezamenlijk optreden kan wél respect afdwingen — hij herinnert aan een keer dat een groep baptisten in de Sovjet‑Unie publiekelijk bad en daarmee stilte en aandacht kreeg. Concluderend merkt hij dat Nederland toleranter is geworden in algemene zin, maar dat die tolerantie niet altijd geldt voor mensen die hun religieuze plichten openlijk willen vervullen.
De auteur is voormalig hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.
De Oranjezomer: KNVB hoeft Henk ten Cate niet meer te bellen: ‘Er is te veel gebeurd’