Banken waarschuwen, uitvoering onzeker: Heinen jaagt zijn box 3-plan door terwijl u de rommel mag opruimen
In dit artikel:
Minister van Financiën Eelco Heinen wil de nieuwe vermogenswinstbelasting in 2028 invoeren, hoewel de uitvoerbaarheid nog niet volledig is onderzocht en banken waarschuwen voor problemen. Volgens het artikel wordt de politieke deadline daardoor belangrijker gemaakt dan de rechtszekerheid en het gemak van belastingbetalers.
Het kabinet wil bij aandelen voortaan belasting heffen over gerealiseerde winst, dus op het moment van verkoop. Dat is volgens de auteur een verbetering ten opzichte van belasting over koersstijgingen die nog niet zijn verzilverd. Rente en dividend zouden wel jaarlijks belast blijven. Het artikel plaatst echter vraagtekens bij de bredere keuze om een groter deel van het rendement op spaargeld en beleggingen aan de staat af te dragen.
De invoering staat onder grote tijdsdruk. Uit een spoedbrief aan de Raad van State blijkt dat het wetsvoorstel en de bijbehorende novelle uiterlijk in december 2026 door beide Kamers moeten zijn aangenomen om 2028 te halen. Het eerstvolgende debat vindt plaats op 12 oktober, terwijl het advies van de Raad van State volgens het artikel pas op zijn vroegst op 19 oktober beschikbaar is. De volledige uitvoeringstoets wordt uiterlijk 1 november verwacht. Heinen noemt de planning zelf een “maximale stretch”.
Banken zeggen dat hun systemen mogelijk niet op tijd klaar zijn om alle benodigde gegevens aan te leveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Burgers zouden daardoor meer informatie zelf moeten verzamelen en berekenen, terwijl ook de controle door de Belastingdienst moeilijker kan worden. Niet elke bank kan de benodigde gegevens bovendien direct aan klanten verstrekken. Het artikel waarschuwt dat fouten daardoor sneller bij belastingbetalers terechtkomen.
Daarnaast weerspreekt de Nederlandse Vereniging van Banken een uitspraak van staatssecretaris Eerenberg dat de sector de vermogenswinstbelasting zou steunen. Volgens de bankenvereniging heeft zij geen voorkeur uitgesproken voor een heffing over gerealiseerde winst of over jaarlijkse waardestijging. De auteur ziet daarin een risico voor het vertrouwen in de hervorming.
Ook de financiële dekking blijft onzeker. Belasting bij verkoop levert aanvankelijk minder op dan jaarlijkse belasting over waardestijging. Het kabinet wilde dat verschil aanvankelijk onder meer opvangen door kleinere vermogens zwaarder te belasten. In de toelichting stond een mogelijke verlaging van het heffingsvrije vermogen van €59.357 in 2026 naar €30.846 per persoon in 2027, naast een vrijstelling van €1.000 aan resultaat in het nieuwe stelsel. Deze bedragen zijn nog voorlopige invullingen en geen definitieve regels.
Het artikel roept de Tweede Kamer daarom op de hervorming niet vanwege politieke haast door te drukken. Eerst zouden de uitvoering, de bescherming van kleinere vermogens en de financiële dekking duidelijk moeten zijn. De auteur bepleit bovendien een lagere belasting op vermogensinkomsten en minder overheidsuitgaven in plaats van een groter beslag op spaargeld en beleggingsvermogen.
Vandaag Inside: Johan Derksen legt Job Knoester zaak voor: ‘De oud-gevangenisbewaarder van Henk Kuipers…’