Baby kan veilig hechten als moeder actief aanwezig is
In dit artikel:
Een baby bevindt zich in het eerste levensjaar in een cruciale hechtingsfase waarin voortdurende, voorspelbare en invoelende zorg essentieel is. Meestal verloopt dat proces tussen moeder en kind: niet alleen fysieke nabijheid telt, maar vooral snel en adequaat reageren op behoeften. Als die ouder-kindinteractie tekortschiet ontstaat onveilige hechting, met mogelijk blijvende nadelige gevolgen voor emotionele ontwikkeling.
De vraag is of kinderopvang deze veilige hechting kan bieden. In Nederland valt de kinderopvang onder rijkstoezicht: de GGD controleert jaarlijks aspecten als het pedagogisch klimaat en observeert of medewerkers invoelend reageren. Praktisch gezien baseren zowel toezichthouders als wetenschappelijk onderzoek (o.a. het 2017-rapport “De Nederlandse kinderopvang in wetenschappelijk perspectief”) zich echter op waarneembaar gedrag en vragenlijsten en vaak op groepsniveau. Dat maakt het lastig om vast te stellen of ieder individueel kind emotionele veiligheid ervaart. Bovendien is zorg in een kinderopvang anders van aard dan die van een moeder: pedagogisch medewerkers handelen beroepsmatig, hebben meerdere kinderen tegelijkertijd en wisselen soms van personeel, waardoor de intieme, betrouwbare interactie tussen één vaste opvoeder en kind moeilijker tot stand komt.
Ontwikkelingspsychologisch gezien vraagt het plaatsen van baby's in opvang tijdens het eerste levensjaar grote terughoudendheid, zeker bij meerdaagse aanwezigheid. Als er vóór het tweede levensjaar al een veilige hechting is opgebouwd, kan beperkte buitenshuisopvang later minder problematisch zijn. Vanuit levensbeschouwelijk perspectief (met verwijzing naar de doopbelofte) pleit de auteur eveneens voor het gezin als voorkeursomgeving en voor informele opvang door grootouders of familie als betrouwbare alternatieven.
De realiteit is dat veel ouders financieel gedwongen zijn te werken; opvanglocaties zoals Elorah voorzien in die behoefte en worden steeds vanzelfsprekender binnen bepaalde gemeenschappen. Om ouders, kerken en schoolbesturen te helpen wegen de psychologische en religieuze belangen tegen praktische noodzaak, neemt de VBSO het initiatief voor voorlichting. Samen met het KOC wordt gewerkt aan informatie voor jonge ouders, ontmoetingsmogelijkheden en een handreiking voor gesprekken binnen kerken en scholen, met het tijdelijke en eeuwige welzijn van kinderen als leidraad.
De tekst is een bewerkte weergave van een lezing die de auteur — voormalig gz-psycholoog en onderwijsadviseur bij KOC — gaf tijdens de landelijke vergadering van de VBSO op 28 mei in Leerdam.