Autonome bus botst op getreuzel rond regelgeving, en dat nekt het openbaar vervoer: 'Duitsers pakken onze pilots af'
In dit artikel:
In Nederland stagneert de invoering van autonome bussen door strikte regelgeving en hoge kosten bij de RDW, waardoor proefprojecten vertraging oplopen en buitenlandse partijen, met name uit Duitsland, kansen grijpen om pilots te organiseren. OV‑bedrijven en leveranciers zien juist mogelijkheden: zelfstandig rijdend vervoer kan de bereikbaarheid op rustige lijnen verbeteren en personeelsproblemen verzachten, maar huidige juridische en financiële barrières maken opschaling vrijwel onmogelijk.
Belangrijke knelpunten zijn onduidelijke regels over aansprakelijkheid, veeleisende technische toelatingseisen en tariefstellingen van de RDW voor keuringen en vergunningen. Die combinatie leidt ertoe dat projecten financieel en organisatorisch niet van de grond komen, waardoor innovators hun proeven naar het buitenland verplaatsen waar het regelgevingsklimaat soepeler is. Dit vertraagt niet alleen technologische ontwikkeling, maar kan ook economische nadelen voor de Nederlandse kennis- en leverancierssector betekenen.
Branchepartijen pleiten voor versnelde aanpassing van wetgeving, lagere en transparantere keuringskosten, duidelijkheid over verantwoordelijkheden bij incidenten en meer ruimte voor gecontroleerde pilots (bijvoorbeeld proeftuinen). Als de overheid en toezichthouders sneller praktische kaders en stimulansen bieden, kan het openbaar vervoer profiteren van autonome technologieën zonder afbreuk te doen aan veiligheid en betrouwbaarheid.