Australië weigert moeders en kinderen te helpen bij terugkeer uit Syrië
In dit artikel:
Een groep van 34 mensen uit elf gezinnen uit kamp Al Roj in Noordoost-Syrië probeerde gisteren naar Australië terug te keren, maar keerde om toen bleek dat de regering niet wilde meewerken. Het besluit van Canberra roept opnieuw politieke discussie op over de terugkeer van mensen die naar het kalifaat van Islamitische Staat zijn vertrokken. Hulporganisaties zoals Save the Children vinden dat vooral onschuldige kinderen teruggehaald moeten worden, terwijl veel politici gezinnen die vrijwillig naar IS-gebied reisden willen laten vallen.
Premier Anthony Albanese rechtvaardigde het harde standpunt en zei onder meer: "Zoals mijn moeder altijd zei: wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten", en maakte duidelijk dat Australië geen ondersteuning biedt om deze mensen terug te halen. Oppositieleider Angus Taylor steunt die lijn: "Voor hen gooien we onze deur dicht." Albanese noemde het "spijtig" voor de kinderen, maar benadrukte dat reizigers destijds kozen voor een beweging die de Australische manier van leven wilde vernietigen.
Australië haalde in 2022 wel enkele kwetsbare landgenoten terug (vier moeders en dertien kinderen), maar veel anderen verblijven nog in Al Roj, waar ongeveer 2.200 mensen uit vijftig landen zitten. Albanese waarschuwde dat wie zelfstandig terugkeert kan worden vervolgd; reizen naar Syrië tussen 2014 en 2017 kan een gevangenisstraf tot tien jaar opleveren. De regering overweegt verder maatregelen zoals tijdelijke ontzegging van toegang of intrekking van het Australische paspoort bij dubbele nationaliteit, maar gaf geen concrete toezeggingen. Nederland heeft in het verleden ook stappen moeten zetten vanwege juridische verplichtingen om vervolging niet onmogelijk te maken; eind vorig jaar waren er nog tientallen Nederlandse IS-uitreizigers in Syrië.