Astronomen ontdekken nieuwe asteroïde die sneller draait dan theoretisch mogelijk: dit moet je weten
In dit artikel:
Een nieuw bewijs dat het zonnestelsel ingewikkelder is dan gedacht: tijdens de testfase van het Vera C. Rubin Observatorium in Chili is in de hoofdgordel tussen Mars en Jupiter de asteroïde 2025 MN45 ontdekt. Het object heeft een diameter van ongeveer 710 meter (ongeveer acht voetbalvelden) en voltooide een volledige omwenteling in minder dan twee minuten — ruim sneller dan alle eerder betrouwbare waarnemingen van vergelijkbaar grote asteroïden.
Het Rubin-observatorium maakte gedurende zeven nachten honderdduizenden beelden met zijn grote digitale camera. Daaruit filterden onderzoekers meer dan 2.100 tot dan toe onbekende asteroïden en bepaalden ze voor 76 van die nieuwkomers betrouwbare rotatieperiodes door de variaties in zichtbaar licht te volgen. Negentien van die objecten draaien sneller dan de lang gehanteerde "rotatielimiet" van circa twee uur, en drie hebben een rotatie van minder dan vijf minuten; 2025 MN45 is de snelste van de categorie. Volgens astronoom Sarah Greenstreet zou iemand die op het oppervlak van deze asteroïde staat met bijna 72 km/u bewegen.
De vondst is opmerkelijk omdat wetenschappers lange tijd aannamen dat asteroïden groter dan enkele honderden meters brokken steen zijn die los bijeenhouden door zwaartekracht. Een dergelijke "puinbol" zou bij zulke hoge rotaties uit elkaar vliegen. Dat 2025 MN45 toch intact is, suggereert dat het massief en dicht materiaal is — mogelijk een fragment van de kern van een groter lichaam dat door een kosmische inslag is losgerukt. Het nauwkeurig traceren van deze snelle rotators dwingt onderzoekers te heroverwegen welke processen zo’n hoge spins kunnen opwekken en of botsingen de enige verklaring zijn.
De resultaten, gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters en gepresenteerd op de 247e bijeenkomst van de American Astronomical Society, tonen aan dat Rubin al in zijn beginfase een geheel nieuwe populatie asteroïden toegankelijk maakt. Naarmate de telescoop verder draait, verwachten astronomen veel meer van dit soort snel roterende, grote objecten te vinden, wat gevolgen kan hebben voor ons begrip van botsingen, interne samenstelling van asteroïden en de vroegste fases van planeetvorming.