Astrid H. Roemer (1947-2026) legde onbarmhartig bloot hoe het mentale kluwen van de gekoloniseerde mens eruitzag
In dit artikel:
Astrid H. Roemer (Paramaribo 1947–2026) geldt als de grootste Surinaamse schrijfster uit de Nederlandse taal, maar haar brede erkenning kwam pas laat. Haar oeuvre – romans, poëzie, theater, essays en columns – richtte een onverbiddelijke blik op de erfenis van kolonialisme en op de psychologische verwarring waarin gekoloniseerde mensen zitten. Roemer verliet Paramaribo als jong meisje voor onderwijs in Nederland, keerde terug en botste daar al vroeg met de gevestigde orde toen ze zich verzette tegen een volgens haar racistische Sinterklaaspraktijk op school. Die confrontatie markeerde haar levenslange verzet tegen geïnternaliseerde denkbeelden uit de koloniale cultuur.
Haar debuut Neem mij terug Suriname (1974) behandelde migratie-ervaringen in Nederland; Over de gekte van een vrouw (1982) brak vervolgens taboes in Suriname rond seksualiteit, religie, vrouwenonderdrukking, abortus en lesbische liefde en onderzocht hoe lastig het voor zwarte vrouwen is om autonomie te ervaren. Roemers proza is opzettelijk weerbarstig: ze doorbrak lineaire vertelvormen, speelde met typografie en tijd, stapelde metaforen en verlengde dialogen tot pagina’s lang, precies om lezers los te rukken van gemakzuchtige oordelen over gender, etniciteit en huidskleur.
Centraal in haar werk staat de postkoloniale verwarring en de morele ambiguïteit van personages: er zijn geen eenvoudige helden of schurken, slechts de door kolonialiteit geklemde menselijkheid. Als hoogtepunt wordt de trilogie Roemers drieling genoemd, opgebouwd uit Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1999). Die bundeling schetst in omvangrijke familieverhalen het traumatische geheugen van de regio, met de Decembermoorden van 1982 als centraal, ontvouwend motief; historische gebeurtenissen, onafhankelijkheid en rechtspraak lopen daarin door elkaar en laten een labyrint van schuld en onschuld zien.
Na een periode van terugtrekking op het Schotse eiland Skye en later in Gent keerde Roemer terug met toegankelijke romans als Liefde in tijden van gebrek (2016), Gebroken wit (2019) en Dealers dochter (2023). Deze latere werken waren inhoudelijk verwant aan haar eerdere thema’s maar formeler minder experimenteel; ze brachten haar wel meer gunst van de pers. Ook als dichter verdient ze erkenning: de bloemlezing Ik ga strijden moeder (2021) toont lyrische hoogtepunten die tot de belangrijkste migrantenpoëzie van het taalgebied behoren.
De internationale waardering kwam traag: ruim vier decennia na Over de gekte van een vrouw verscheen een Engelse vertaling die voor meerdere prijzen werd genomineerd, waaronder de International Booker Prize; ook een Portugese uitgave bereikte Brazilië. Roemers loopbaan werd niet gespaard van controverse: haar uitspraak over een standbeeld voor Desi Bouterse leidde tot ophef rond de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren, en toonde wederom haar vermogen om het gesprek te ontregelen. Ze stierf begin 2026 in haar geboorteplaats Paramaribo, waar haar scherpe literaire stem en haar brokkelige relatie tot erkenning en publiek nog lang zullen nazinderen.