Asielzoekers kunnen buiten de EU worden opgevangen, zegt instituut Clingendael - en het komt met deze vijf opties
In dit artikel:
Clingendael concludeert dat het juridisch mogelijk is om (delen van) asielprocedures buiten de EU te laten plaatsvinden, maar dat dat sterk afhangt van Europese rechtsregels, praktische uitvoerbaarheid en de bereidheid van derde landen om mee te werken. Het rapport, opgesteld op verzoek van het demissionaire kabinet en relevant voor het nieuwe kabinet dat in het coalitieakkoord pleit voor aanmelding buiten Europa, analyseert vijf concrete modellen die in Europa en daarbuiten worden overwogen.
Politieke context: D66, VVD en CDA willen asielaanvragen buiten Europa behandelen; in Brussel lopen voorstellen om opvangcentra buiten de EU te gebruiken. Clingendael wijst erop dat internationale mensenrechtenverdragen zo’n verplaatsing niet per definitie verbieden, maar dat aanpassingen in EU-regelgeving nodig kunnen zijn om problemen met Europees recht te ondervangen.
De vijf onderzochte modellen:
- Safe Mobility Offices: Naar Amerikaans voorbeeld (VS opende in 2023 meldpunten in Zuid-Amerika) zouden voorposten in transitlanden informatie en triage kunnen bieden, en bij kansrijke aanvragen toegang tot Europa faciliteren. Clingendael waarschuwt dat landen moeilijk bereid zijn mee te werken en dat dergelijke posten een sterke aantrekkingskracht kunnen uitoefenen op migranten.
- Ontschepingsplatforms: Geredde bootvluchtelingen zouden op zee door Europa geredde personen naar een platform buiten de EU worden gebracht (een praktijk die Italië deels toepast via Albanië). Juridisch verplicht zeerecht tot redding, maar niet tot toelating in de EU; succes hangt af van strakke afspraken met het partnerland over verantwoordelijkheid voor asielprocedures en terugkeer. Kritiek ziet het risico van quasi-detentie buiten toezicht van Europese rechters.
- Het ‘Albanië-model’: Selecties en screenings vinden plaats in een niet-EU-land; wie kansrijk is mag naar de EU voor de procedure, anderen blijven buiten. Clingendael vindt dit in principe toelaatbaar maar stelt harde voorwaarden: het opvangland moet alle EU-waarborgen in de praktijk kunnen garanderen en de kosten kunnen hoog oplopen (centra in Albanië bleken veel duurder dan binnenlandse opvang).
- Het ‘Rwanda-model’: Zoals het Britse voorstel uit 2022, waarbij asielzoekers in een zogenaamd veilig derde land worden opgevangen en mogelijk daar verblijven. Europese regels bieden hiervoor meer ruimte na recente wetsvoorstellen, maar belangrijke juridische uitdagingen blijven, onder meer de vraag of zo’n derde land daadwerkelijk veilig is en geen risico vormt op uitzetting naar vervolging.
- Het ‘Oeganda-model’: Nederlandse plannen om uitgeprocedeerden naar Oeganda te sturen voor terugkeer werden voorbereid maar zijn door het nieuwe kabinet ‘on hold’ vanwege politieke ontwikkelingen in Oeganda en zorgen over mensenrechten (onder meer anti-lhbti-wetgeving). Clingendael noemt terugkeerhubs nog onderontwikkeld en waarschuwt dat rechters hier scherp naar kijken.
Kernconclusie: verplaatsen van asielprocedures buiten de EU is niet per se verboden, maar praktisch en rechtsstatelijk lastig. Belangrijkste knelpunten zijn naleving van Europese en mensenrechtennormen, het vinden van stabiele en betrouwbare partnerlanden, hoge kosten en het risico van versterkte migratiestromen. Europese wetswijzigingen kunnen sommige opties vergemakkelijken, maar juridische en morele grenzen blijven bepalend.