Asielminister: nog 11.400 opvangplekken nodig in Zuid-Holland
In dit artikel:
Asielminister Bart van den Brink (CDA) heeft een nieuwe capaciteitsraming gepubliceerd waarin provincies opdracht krijgen extra opvangplekken voor asielzoekers te regelen. Zuid-Holland moet nog 11.400 plekken toevoegen; ook Noord-Holland (7.700), Noord-Brabant (7.200) en Gelderland (4.900) staan hoog op de lijst. Groningen en Flevoland hebben al meer plekken dan gevraagd en hoeven niets bij te dragen. Eerder meldde voorganger Mona Keijzer dat provincies gezamenlijk nog ongeveer 38.000 plekken tekortkomen.
Landelijk is het totaal aantal gevraagde plekken gedaald van 96.000 naar 88.000 vanwege lagere prognoses, maar desalniettemin blijven tienduizenden extra plekken nodig omdat veel gemeenten hun eerdere opdracht niet hebben gerealiseerd. Alleen structurele, langdurige opvang telt mee; tijdelijke locaties zijn buiten beschouwing gelaten.
Nu ligt de taak bij provinciebesturen om met gemeenten te overleggen waar de extra plekken komen; eind dit jaar neemt de minister het definitieve besluit. De spreidingswet verplicht gemeenten dat besluit te volgen. Van den Brink maakte ook een indicatieve verdeling per gemeente, gebaseerd op inwonersaantal en sociaaleconomische factoren. Volgens die verdeelsleutel moeten 160 van de 342 gemeenten meer plaatsen leveren dan nu is toegewezen — soms slechts enkele, soms honderden extra plekken. Voorbeelden: Tilburg zou van 499 naar 981 plekken gaan; in Purmerend, Venlo, Lelystad, Westerkwartier, Ede en Sittard-Geleen stelt de minister verhogingen van meer dan 300 plekken voor. Keijzer had deze cijfers al klaar maar publiceerde ze niet vóór 1 februari, en liet de bekendmaking aan haar opvolger over.