Arthur van Amerongen: Wolla broers, ik zweer: de islam hoort al 2000 jaar bij Amsterdam
In dit artikel:
Een boze, sarcastische columnist levert een ongenuanceerde aanval op grote Nederlandse media, diversiteitsinitiatieven en het verhaal rond migratie en criminaliteit in Amsterdam. De schrijver hekelt recente krantenkoppen (onder meer van Trouw), wantrouwt redactionele keuzes bij DPG Media en RTL en beschuldigt presentatoren en hoofdredacties van het verdoezelen of verheerlijken van problemen rond asielzoekers en migranten. Hij waarschuwt dat een van Trouw’s populairste columnisten, Sylvain Ephimenco, door DPG in het vizier zou zijn gezet en vergelijkt diens lot met dat van een eerdere columnist.
De column gaat vervolgens in op wat de auteur ziet als geschiedvervalsing: kranten en culturele instellingen zouden overdreven claims doen over de rol van moslims en mensen van kleur in de Amsterdamse geschiedenis. Als voorbeeld haalt hij een stadsgids over moslimerfgoed aan, geschreven door Warda El‑Kaddouri, Mirjam Shatanawi e.a., en de lofzang van wethouder Touria Meliani. De columnist verwerpt de voorgestelde continuïteit van moslim- en zwarte aanwezigheid in de stad en noemt initiatieven zoals The Black Archives en de stadsgids als politiek geladen en onjuist geplaatst. Tegelijk geeft hij een korte historische nuancering over de term Marocchinate: het verwijst naar de ernstige oorlogsmisdaden (meestal massale verkrachtingen en plunderingen) die in 1944 door delen van Franse koloniale troepen in Italië zijn gepleegd, een feit dat in Italië nog steeds trauma oproept.
Een ander terugkerend thema is de aandacht voor hedendaagse onderwereldgeweld in Amsterdam. De columnist spot met wat hij ziet als de verheerlijking van multiculturele horeca en monumenten, en stelt parallelle “leidraden” voor: een satirische suggestie van een gids voor moordlocaties in de Mocro‑oorlog. Hij somt bekende plaatsen op die in de media en politieonderzoeken relatief vaak genoemd zijn bij liquidaties en aanslagen (Zuidas, Staatsliedenbuurt, Wittenburgergracht, Zuid, Zuidoost, Bos en Lommer etc.).
De toon van het stuk is fel, provocerend en vaak denigrerend; de auteur gebruikt grove sarcasmen en generaliserende beschuldigingen richting media, beleidsmakers en migranten. Feitelijk bevat de column kritiek op media‑agenda’s, discussies over historische representatie in Amsterdam en bezorgdheid over georganiseerde misdaad, maar die onderwerpen zijn verpakt in een sterk partijdige en polemische stijl. Voor wie op zoek is naar achtergrond: de termen Marocchinate en Mocro‑oorlog verwijzen respectievelijk naar een historische episode van oorlogsmisdaden en naar recente conflicten tussen criminele netwerken in Nederland.