Arthur van Amerongen - De NPO: van bloterikken Pleuni en Billeke naar de zaaddodende heksen Shula en Frederieke
In dit artikel:
Mark Koster’s nieuwe boek Studio Ego heeft in de media voor opschudding gezorgd, en in een recent interview voor HP/De Tijd haalt hij hard uit naar de NPO: volgens hem is de publieke omroep een zelfbevestigend, verouderd systeem dat blijft bestaan ondanks dat de rest van de wereld veranderde — en dat jaarlijks enorme bedragen aan publiek geld opslokt. Koster suggereert dat de organisatie als een “kip zonder kop” doorrent en dat bestuurlijke status en platformbelangen mensen binnen het systeem behoeden voor zelfontmanteling.
Een schrijnend en prikkelend hoofdstuk in Koster’s relaas gaat over zijn persoonlijke confrontatie met Frederieke Leeflang, de voorzitter van de raad van bestuur van de NPO. Volgens Koster beschuldigde zij hem tijdens een gesprek in Amsterdam van seksuele intimidatie, verwijzend naar een incident op 10 juni 2023 tijdens het Amsterdam Diner. Koster beschrijft de beschuldiging als onverwacht en potentieel reputatievernietigend; de nasleep escaleerde tot een breed uitlegbaar relletje dat — volgens hem — vooral Leeflang zelf schaadde. Koster claimt verder dat hij niemand spaart in zijn boek; hij zet tal van bekende omroepgezichten neer, van presentatoren tot bestuurders.
De auteur van het origineel vult Koster’s onthullingen aan met pikante anekdotes over bestuurlijke wanpraktijken en decadentie binnen de omroepwereld: zo zou voormalig NPO-topvrouw Shulamit Rijxman herhaaldelijk schade aan haar dienstauto hebben gereden — kosten die volgens de beschrijving door de NPO werden gedekt — wat symbool staat voor het disfunctionele en beschermde klimaat. Ook de rel rond filmmaker Eddy Terstall wordt aangestipt als symptoom van een openbare omroep die in onmin raakt met veranderende publieksgevoelens en cultuurverschillen.
Tegelijkertijd bevat de tekst een persoonlijke, nostalgische tegenstem: de columnist herinnert zich de publieke omroep vooral als bron van bevrijdende televisie-ervaringen in zijn jeugd op de Veluwe. Voor hem waren de zeldzame naaktscènes op de treurbuis troostend en opstandig: Pleuni Touw in De Stille Kracht, Willeke van Ammelrooy in Barend is weer bezig (1972) en vooral Phil Bloom in Hoepla (1967) worden herinnerd als televisiemomenten die destijds maatschappelijke opschudding veroorzaakten en een breuk betekenden met preutse normen. Die scènes maakten indruk omdat ze écht schaamte en censuurnormen doorbraken en daarmee seksuele nieuwsgierigheid en discussie aanwakkerden bij pubers die in een strenge, protestantse sfeer opgroeiden.
Het stuk koppelt die nostalgie aan kritiek: enerzijds is er de harde analyse van Koster over bestuurlijk verval, cultureel zelfbehoud en misstanden; anderzijds blijft er waardering voor hoe publieke televisie vroeger maatschappelijke taboes kon doorbreken. De schrijver constateert dat zulke beelden tegenwoordig moeilijker zouden landen — deels door veranderde moraal, deels door een ander medialandschap — maar houdt vol dat die historische tv-momenten een onmiskenbare rol speelden in zijn persoonlijke emancipatie.
Contextueel: de discussie raakt kernvragen over het huidige nut en de financiering van publieke omroepen, de veerkracht van #MeToo-claims in machtsbolwerken, en de spanning tussen bestuurlijke belangen en programmatische durf. Koster legt de vinger op zere plekken, maar zijn cynische en opzettelijk ontwrichtende toon zorgt ook voor discussie over motieven en nuance. De auteur van de column besluit in zekere zin ambivalent: kritisch op het bestel, maar warm over de herinneringen die datzelfde bestel ooit mogelijk maakte.