Artemis II-maanmissie toont schoonheid en kwetsbaarheid van de aarde, maar kost ook gigantisch veel geld
In dit artikel:
De Artemis II-missie van NASA — gelanceerd op 1 april met de 98 meter hoge SLS-raket en op 5 april na een vierdaagse reis van ruim 406.000 km precies bij de maan gearriveerd — wordt door sommigen geprezen als een wereldwijde technische prestatie, maar riep ook forse kritiek op vanwege kosten, motieven en milieueffecten. De Orion-sonde voerde een omloop om de maan uit en keerde met een zwaartekrachtsslinger terug naar de aarde; vier bemanningsleden ervoeren het zogeheten overview effect: het bewustzijn van de kwetsbaarheid en schoonheid van de aarde wanneer deze als een klein blauw bolletje in de verte verschijnt.
Financieel is het programma enorm: elke lancering binnen Artemis kost ongeveer 4,1 miljard dollar (3,5 miljard euro). Alleen voor Artemis II worden ontwikkelingskosten van circa 50 miljard dollar genoemd; tussen 2012 en 2025 liep het totale Artemis-budget naar schatting op tot ongeveer 93 miljard dollar, ruim vier keer boven de oorspronkelijke raming. NASA’s inspecteur‑generaal Paul Martin noemde de lanceringen in 2022 al “veel te duur”. Critici als emeritushoogleraren Marc de Vries en Maarten Verkerk vinden dat deze middelen anders kunnen worden aangewend — bijvoorbeeld voor armoedebestrijding en gezondheidszorg, zeker in landen waar veel mensen onvoldoende verzekering of inkomen hebben.
Naast de kosten staan ook milieu- en ethische bezwaren centraal. Per lancering komt naar schatting zo’n 116 ton CO2 vrij; inclusief ondersteunend transport bedraagt de emissie ongeveer 300 ton. Veel zorgwekkender zijn andere uitstootcomponenten: de boosters verbranden grote hoeveelheden brandstof (ongeveer 6 ton per seconde) en produceren roet, waterstofchloride en aluminiumoxide. Roetdeeltjes in de stratosfeer kunnen als broeikasfactor veel sterker werken dan CO2; bepaalde stoffen dragen ook bij aan ozonafbraak, wat het herstel van de ozonlaag kan vertragen als ruimtereizen blijven groeien.
Tegelijk erkent Verkerk dat ruimtevaart nuttige spin‑offs oplevert: recent werden honderden technische rapporten en tientallen octrooien gekoppeld aan ruimtevaartonderzoek, met toepassingen in 3D-printen, medische technologie, robotica, legeringen voor kernreactoren en geavanceerde communicatietechnieken (zoals lasercommunicatie). Voor hem en anderen maakt techniek deel uit van een scheppingsgave die, mits juiste motieven en gebruik, zingeving en maatschappelijke opbloei kan dienen. Wel roept hij christenen op de missie te toetsen aan bijbelse normen: draagt ze bij aan gerechtigheid en vrede?
Samenvattend balanceert het debat rond Artemis II tussen bewondering voor technische en wetenschappelijke vooruitgang en serieuze vragen over prioriteiten, maatschappelijke baten en milieukosten. De discussie gaat niet alleen over raketten en wetenschap, maar ook over welke doelen een samenleving met haar schaarse middelen wil nastreven.