Arno van Kessel: "The Truth will come to light."
In dit artikel:
Arno van Kessel, voormalig advocaat die naam maakte met een civiele aanklacht tegen de Nederlandse staat, Mark Rutte, Hugo de Jonge, Bill Gates en anderen over de COVID‑injecties, zat van medio juni 2025 tot 26 februari 2026 in voorarrest: in totaal 260 dagen. Hij werd op 11 juni 2025 vroeg in de ochtend overvallen door een antiterreurteam en daarna als verdachte in de zogeheten Barracuda‑zaak naar het politiebureau in Leeuwarden gebracht. Die zaak betreft volgens het Openbaar Ministerie een vermeend plan om het NAVO‑topoverleg (24–25 juni 2025 in Den Haag) te verstoren of aan te vallen. Van Kessel bestrijdt alle aantijgingen en noemt de verdenking “belachelijk”: hij stelt dat hij als advocaat juist via de rechtsorde procedeert en dat de bewijzen tegen hem uit hun context zijn gehaald om hem uit het civiele proces te verwijderen.
De aanhouding volgde kort nadat Van Kessel met zijn collega Peter Stassen een uitgebreide reactie (Statement of Reply) had ingediend waarin zij stellen dat de COVID‑vaccins een biowapen zouden zijn en dat betrokkenen aansprakelijk moeten worden gehouden. Van Kessel zegt dat hij al rekening hield met repercussies toen hij de zaak aanging en dat hij zich voorbereidde op mogelijke gevolgen, onder meer door zich voor de civiele procedure als advocaat in Oostenrijk te laten registreren. Een gesprek op 6 mei — afgeluisterd in de auto van een derde — bevatte grove, hypothetische uitspraken over het verstoren van de overheid, maar Van Kessel benadrukt dat die uitlatingen slechts luchtfietserij waren, zonder uitvoeringswens of -kennis. Volgens hem gebruikte de officier van justitie die tape doelbewust uit de context gehaald.
De detentie in Vught en de voorafgaande dagen in Leeuwarden hebben diepe sporen achtergelaten. Van Kessel omschrijft slapeloosheid en het eindeloze geluid van bewakingsrondes dat als een ‘film’ in zijn hoofd blijft hangen. Medisch kampte hij met posttraumatische stressstoornis, stressgerelateerde reuma en krampen door een elektrische enkelband, waarvoor hij dagelijks prednison slikt. Aanvankelijk werd hij onder volledige beperking gehouden (23 uur isolatie per etmaal) en ervoer hij tekortschietende medische zorg; dankzij tussenkomst van bewakers verbeterde de situatie deels. In Vught zat hij ook tijdelijk in een eenheid met veroordeelde jihadisten, wat leidde tot bedreigingen en spanningen — een ervaring die hij als schokkend omschrijft, al prijst hij tegelijkertijd het personeel dat hem ondersteunde.
Van Kessel uit scherpe kritiek op het systeem: volgens hem tonen zijn ervaringen ontwerp‑ en bestuurlijke fouten, en hij hekelt dat iemand zonder veroordeling zo langdurig en ver van familie kan worden opgesloten. Hij verwijst naar wetswijzigingen na 9/11 waardoor terrorismeverdachten tot twee jaar in voorarrest kunnen blijven zonder inhoudelijke behandeling, iets wat zijn advocaat hem uitlegde en wat hem angst aanjoeg. Ondanks alles zegt Van Kessel dat zijn geloof in Jezus sterker is geworden; hij verwerkt de periode ook religieus en ziet zijn lijden in het licht van grotere, bijbelse motieven. Hij noemt zichzelf “beschadigd, maar niet mentaal gebroken” en zet zich voorlopig in om zijn verdediging te organiseren en — wanneer het kan — inhoudelijk antwoord te geven op de aantijgingen en zijn schrapping van het tableau van de Orde van Advocaten aan te vechten.
Als drijfveer noemt hij slachtoffers zoals Monique, een vroege gevaccineerde die volgens hem ernstig ziek werd en uiteindelijk euthanasie koos; haar verhaal motiveerde het civiele traject. Van Kessel zegt geen spijt te hebben van zijn inzet en hoopt dat “de waarheid” nog aan het licht zal komen.