"Arno is geen terrorist, maar een grote teddybeer"

zaterdag, 28 februari 2026 (09:17) - De Andere Krant

In dit artikel:

Tijdens de pro-formazitting in de zogeheten Barracuda‑zaak op 20 februari zette het Openbaar Ministerie opnieuw zwaar in: volgens de aanklager bestond er een plan voor aanslagen met onder meer gifpijltjes en een vliegtuigbom. Sander Webbers, de 21‑jarige stiefzoon van de verdachte oud‑advocaat Arno van Kessel, probeerde die aantijgingen in de rechtszaal direct te ontkrachten. Het vermeende explosieve voorwerp – door het OM omschreven als een ‘vliegtuigbom’ – bleek volgens Webbers een inert oefenmortier, al decennia een familiestuk en ooit gekregen van een oom die van vliegtuigspotten hield.

Het hele traject begon op 11 juni vorig jaar toen een arrestatieteam om vijf uur ’s ochtends het huis van het samengestelde gezin in Leeuwarden binnenviel. Webbers was de enige die getuige was van hoe zijn stiefvader geblinddoekt en met handboeien werd afgevoerd. De inval en daaropvolgende langdurige doorzoeking maakten acht beladen maanden voor de familie, die juist het huis had verkocht en naar Oostenrijk wilde emigreren om een boerderij te renoveren en toeristische verhuur te beginnen.

Van Kessel, bekend geworden door zijn gedingen tegen de Nederlandse staat en zeventien prominenten over het coronabeleid, werd door justitie en in delen van de media neergezet als spil binnen een terroristisch netwerk. Webbers wijst dat beeld resoluut van de hand: hij schetst zijn stiefvader als een betrokken, vreedzame man die na de coronacrisis sceptisch werd over het officiële narratief en zich vooral inzette om anderen te waarschuwen. Volgens Sander heeft die insteek spanningen binnen het gezin veroorzaakt, maar geen enkele connectie met geweld.

Het betwiste object uit Webbers’ kamer lag verstopt achter dozen en stof en bevatte nooit explosief materiaal, stelt hij. De politie zou het in eerste instantie in beslag hebben genomen; later bevestigden agenten volgens Webbers dat het niet in het onderzoek werd meegenomen. Webbers benadrukt dat soortgelijke exemplaren zelfs op Marktplaats te koop staan en dat het bezit ervan niet per se strafbaar is. Hij kwalificeert de manier waarop het OM zulke vondsten presenteert als het uit de context halen van materiaal om zijn stiefvader als gevaarlijk af te schilderen.

De arrestatie en detentie hebben zware gevolgen gehad. Van Kessel zat ruim 250 dagen in voorlopige hechtenis, onder meer op de terroristenafdeling in Vught waar hij volgens Webbers tussen veroordeelde jihadisten was geplaatst. Hij verloor zijn advocaatstaak, kampt met PTSS en staat onder strenge voorwaarden: een enkelband, een reisverbod en een contactverbod met medeverdachten. Op 26 februari bepaalde de rechter dat Van Kessel de verdere vooronderzoek- en procesgang in vrijheid mag afwachten — tegen de wens van het OM in.

Webbers blijft overtuigd van de onschuld van zijn stiefvader en uit felle kritiek op het procesverloop en de onderzoeksmethoden. Hij spreekt over een familie die door de hele affaire is ontwricht, en over een man die, ondanks de persoonlijke tol, vastberaden vasthoudt aan zijn overtuigingen en nu psychologische hulp nodig heeft. De zaak illustreert zowel de maatschappelijke controverse rond corona‑kritiekers als de spanning tussen veiligheidsbeleid en de bewijslast die nodig is om iemand van terrorisme te beschuldigen.