Armenië gaat vandaag naar de stembus. Moskou doet er alles aan om te voorkomen dat de pro-Europese premier wint
In dit artikel:
Armeens premier Nikol Pasjinian (51) staat de campagne voor de parlementsverkiezingen van 7 juni centraal in een politieke en maatschappelijke storm. In de aanloop naar de stembus verloor hij meerdere keren zijn zelfbeheersing: afgelopen maand trok hij tijdens een bijeenkomst in Jerevan ruw aan de arm van een vrouwelijke arts die hem van het verwoesten van het land beschuldigde; eerder ontstak hij in woede in de metro tegen een vrouw uit Nagorno-Karabach. Op sociale media circuleren meer filmpjes van dergelijke confrontaties, waarmee zijn polariserende stijl het debat verder doet oplopen.
Die felle optredens vallen samen met toenemende bedreigingen tegen zijn persoon. Half mei verscheen een video met vijf gemaskerde mannen die in Karabach-dialect dreigden hem te doden; justitie onderzoekt de zaak, terwijl Pasjinian zijn politieke tegenstanders beschuldigt van betrokkenheid en tegenstanders zeggen dat de video politiek gemanipuleerd kan zijn. De spanningen wortelen in het ingrijpende verlies van de Armeense enclave Nagorno-Karabach (2020/2023), de opvangproblematiek van ruim honderdduizend vluchtelingen en de teleurstelling over zwakke westerse reacties op Azerbeidzjaans geweld.
Tegelijk zoekt Pasjinian verzoening met buurland Azerbeidzjan: onder Amerikaanse bemiddeling sloten beide landen vorig jaar een historisch vredesakkoord waarin Armenië de de facto Azerbeidzjaanse status van delen van Karabach erkent. Dat akkoord bevat ook de 43 km lange Tripp-verbinding (spoor en weg) tussen Azerbeidzjan en Turkije via Armenië, bedoeld als economische impuls nu de Turks-Armeense grens sinds 1993 dicht is. Het streven naar economische kansen en normalisering stuit echter op veel verzet in Armenië en voedt de vraag of Azerbeidzjan en Turkije betrouwbare partners zijn.
Parallel aan de toenadering tot het Westen voert Jerevan een pro-Europese koers: vorig jaar werd wetgeving aangenomen die Europese integratie versnelt met het uiteindelijke doel EU-lidmaatschap. De meeste Armeniërs steunen die richting: volgens een IRI-peiling wil driekwart nauwere banden met Europa; 38 procent zou EU-lidmaatschap willen. Tegelijk blijft Armenië lid van de door Rusland geleide Euraziatische Economische Unie.
Moskou reageert afkeurend en oefent druk op uiteenlopende manieren. Pro-Russische desinformatiecampagnes, vaak met behulp van AI, hebben Armenianen bereikt; er circuleren ook berichten (Reuters, anonieme bronnen) over vermeende Russische plannen om vanuit Rusland kiezers naar Armenië te halen — iets dat Rusland ontkent. Economisch en diplomatiek sloeg Rusland terug: invoerverboden op Armeense producten, dreigementen met opschorting van energieleveranties en ruwe diamanten, en het terugroepen van de ambassadeur. Deze druk valt samen met sterke pro-Russische partijen in de race, zoals Sterk Armenië (Samvel Karapetjan) en de Armeense Alliantie (Robert Kotsjarian).
Toch gaat Pasjinian met ruime voorsprong de verkiezingen in: recente peilingen geven zijn partij Burgercontract rond 65 procent, ver voor de pro-Russische oppositie die op circa twaalf procent scoort. Voor Pasjinian staat veel op het spel: het bewaren van een fragiel evenwicht tussen Rusland en het Westen, het afhandelen van de vluchtelingencrisis en het veiligstellen van zijn politieke toekomst ondanks persoonlijke uitbarstingen en toenemende internationale druk.