Arbeidsongeschikte zzp'er moet twee jaar wachten op uitkering bij verplichte verzekering
In dit artikel:
Het kabinet heeft overeenstemming bereikt over een wetsvoorstel voor een verplichte Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid voor Zelfstandigen (BAZ). Doel is zzp'ers een minimaal sociaal vangnet te bieden zodat zij niet in armoede raken als ze arbeidsongeschikt worden, met een uitkering tot maximaal het wettelijk minimumloon tot aan de AOW-leeftijd. Wie meer inkomen wil verzekeren, moet aanvullend verzekeren.
Belangrijkste kenmerken:
- Premie: 5,4% van de winst, met een maximum van €171 per maand (gebaseerd op het minimumloon van 2025); de premie wordt geïndexeerd.
- Wachttijd: twee jaar voordat een uitkering ingaat; in die periode moeten zelfstandigen zelf inkomensverlies opvangen (eigen spaargeld of partnerinkomen).
- Reikwijdte: de verzekering geldt voor de meeste zzp'ers; directeur-grootaandeelhouders en zelfstandigen die via een werkgever al voldoende verzekerd zijn, hoeven niet verplicht deel te nemen.
- Overgangsregeling: wie al een private AOV heeft, mag die behouden als die aan voorwaarden voldoet (onder meer een wachttijd van maximaal twee jaar).
- Uitvoering: UWV en Belastingdienst worden uitvoerders; door de tweejarige wachttijd wil het kabinet de premie laag en de uitvoeringsdruk beheersbaar houden.
Tijdpad en omvang
Het wetsvoorstel moet nog door beide Kamers; invoering duurt naar verwachting nog enkele jaren en kan in elk geval niet eerder dan rond 2030 beschikbaar zijn. In Nederland zijn meer dan een miljoen zzp'ers; volgens minister Thierry Aartsen is ongeveer driekwart daarvan nu onverzekerd, vaak vanwege kosten of afwijzing door verzekeraars.
Kritiek en bezwaren
Belangengroepen onder zzp'ers zijn kritisch op verplichte deelname en de opzet. Brancheclub ZZP Nederland meldt dat circa 70% van haar achterban tegen een verplichte AOV is en vreest dat veel zelfstandigen liever zelf regelen. De koepel VZN deelt de bedenkingen over verplichting. De Raad van State waarschuwde eerder dat de wet complex en lastig uitvoerbaar is en dat combinatie van een lage uitkering en een lange wachttijd nauwelijks tot een adequaat inkomensvoorziening leidt. Ook wordt betwijfeld hoeveel zzp'ers twee jaar financieel kunnen overbruggen en in hoeverre UWV-beoordelingen leiden tot daadwerkelijke uitkeringen.
Kortom: er ligt een politiek gedragen basisvoorstel voor een goedkoop, verplicht vangnet voor zzp'ers, maar met aanzienlijke kritiek op noodzaak, uitvoerbaarheid en omvang van de bescherming.