Arbeidskorting van €4.008 naar €915: zieke uitzendkracht verliest belastingzaak
In dit artikel:
Een zieke uitzendkracht verwachtte over 2022 €4.008 aan arbeidskorting, maar de Belastingdienst berekende slechts €915. Het verschil van €3.093 ontstond doordat in de aangifte €26.962 volledig als arbeidsinkomen was opgegeven.
De uitzendkracht had afwisselend gewerkt en een Ziektewetuitkering ontvangen nadat het uitzendcontract was geëindigd. Rechtbank Gelderland oordeelde dat deze Ziektewetbetalingen niet meetelden voor de arbeidskorting. De herkomst van het inkomen is fiscaal bepalend: loon uit een dienstverband is niet automatisch gelijk aan een Ziektewetuitkering zonder dienstverband. Daarop bestaan enkele uitzonderingen.
De zaak laat ook zien dat loonheffingskorting op een loonstrook of uitkeringsspecificatie geen garantie is dat het bedrag later volledig meetelt voor de arbeidskorting. Bovendien mag loonheffingskorting volgens UWV maar bij één inkomen tegelijk worden toegepast, om te voorkomen dat gedurende het jaar te weinig belasting wordt ingehouden.
Wie in één jaar werkte en een uitkering ontving, doet er daarom goed aan per periode de werkgever, het soort inkomen en de bijbehorende jaaropgave te noteren. Controleer de aangifte op ontbrekende, dubbele of gewijzigde jaaropgaven en vergelijk de berekening met de afzonderlijke documenten. De uitspraak gaat over de specifieke contracten en betalingen in 2022 en betekent niet dat ieder uitzendcontract bij ziekte automatisch eindigt.
Vandaag Inside: Johan Derksen bezorgd over dalende leesvaardigheid: ‘Ik heb mij daar echt boos om gemaakt!’