AOW'er woont vooral in Suriname: adres en logeerkamer bij familie redden zijn zorgpolis niet
In dit artikel:
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat een Nederlandse AOW’er die het grootste deel van het jaar in Suriname woonde, vanaf 7 mei 2024 niet langer verzekerd was voor de Wet langdurige zorg (Wlz). Zijn AOW-uitkering bleef wel doorlopen. De zaak laat zien dat het ontvangen van AOW en het behouden van Nederlandse zorgdekking afzonderlijk worden beoordeeld.
De man, een voormalige onderwijzer, verhuisde in 2005 naar Suriname en richtte daar zijn leven duurzaam in. Hij had er al jaren een huurwoning, waar hij sinds 2018 samenwoonde met een vrouw die hij als zijn onofficiële pleegdochter beschouwde. Ook verbleef hij soms op Aruba. In Nederland stond hij sinds de verkoop van zijn woning in 2011 ingeschreven bij zijn dochter. Na haar overlijden bleven haar man en kinderen daar wonen. De man gebruikte het adres voor post en als tijdelijk logeeradres.
Hij bracht jaarlijks ongeveer twee tot drie maanden in Nederland door voor familie- en vriendenbezoek en medische onderzoeken en behandelingen. Daarnaast had hij Nederlandse bankrekeningen, verzekeringen en lidmaatschappen en betaalde hij hier belasting. Toch vond de Raad zijn duurzame persoonlijke band met Nederland onvoldoende om hem nog als inwoner van Nederland te beschouwen. De inschrijving in de Basisregistratie Personen en de Nederlandse contacten waren daarvoor niet doorslaggevend.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) onderzocht zijn situatie in 2023, nadat bleek dat op het Nederlandse adres meerdere volwassenen stonden ingeschreven. Volgens de SVB woonde hij feitelijk in Suriname. Daarom stopte vanaf juni 2024 ook de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet die op zijn AOW werd ingehouden. Dat betekende niet dat zijn zorg gratis doorliep: Nederlandse zorgverzekeraars hoefden zijn medische kosten niet langer te vergoeden. Suriname valt bovendien niet onder de Nederlandse zorgverdragsregeling, waardoor hij zelf passende zorgdekking moest regelen.
De man kreeg op één punt gelijk. De SVB had in bezwaar de beëindiging van zijn Wlz-verzekering teruggebracht van 7 mei 2024 tot 4 november 2011. Tijdens de zitting kon de SVB die vergaande terugwerkende kracht niet voldoende onderbouwen en liet de instantie die datum vallen. De Raad vernietigde daarom het besluit op bezwaar en de eerdere rechtbankuitspraak, maar handhaafde 7 mei 2024 als einddatum van de Wlz-verzekering. De SVB moet €3.736 aan proceskosten en €200 aan griffierecht betalen.
De Raad benadrukte dat iedere situatie afzonderlijk moet worden beoordeeld. Ook wie langer dan acht maanden per jaar buiten Nederland verblijft, wordt niet uitsluitend op basis van de gemeentelijke registratie beoordeeld. Wie met een Nederlandse AOW naar een zorgverdragsland verhuist, kan soms via het CAK verzekerd blijven; voor Suriname geldt die mogelijkheid niet.
Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat er plotseling vandoor In de Wandelgangen: 'Dááááág!'