AOW'er verhuist met zijn onderhuurder en krijgt toch de lagere AOW voor gehuwden: beiden op het huurcontract en twaalf maanden geen huur
In dit artikel:
Een AOW-gerechtigde uit Amsterdam verloor na een verhuizing zijn recht op de alleenstaandennorm. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) zijn AOW terecht had verlaagd van de norm voor alleenstaanden naar die voor gehuwden. De man verhuisde in juni 2023 wegens renovatie samen met een vrouw die een kamer bij hem huurde naar een woning van Eigen Haard. Hoewel de SVB zijn onderhuursituatie op het oude adres in 2022 had geaccepteerd, mocht de instantie de nieuwe woonsituatie opnieuw beoordelen.
Doorslaggevend was volgens de rechtbank niet de verhuizing op zichzelf, maar de manier waarop de twee daarna woonden en financieel met elkaar verbonden waren. De vrouw stond vanaf de start als medehuurder op het nieuwe huurcontract. Beiden hadden gezamenlijk op de woning gereageerd en waren bij de woningcorporatie geregistreerd als een duurzaam gemeenschappelijk huishouden. Daarmee was zij volgens de rechtbank geen onderhuurder, maar medehoofdhuurder.
Ook de financiële gang van zaken wees niet op een zakelijke huurrelatie. Hoewel zij soms 150 euro betaalde, ontbraken huurbetalingen in totaal twaalf maanden. De huur was bovendien relatief laag en werd niet geïndexeerd. Daarnaast waren er diverse andere geldstromen: de man maakte onder meer 2.750 euro over voor een vakantie en 10.500 euro als schadevergoeding voor een camper die hij had geleend. Hij ontving ook bedragen van de vrouw voor onder meer een etentje en boodschappen. Zijn verklaringen over deze transacties en over hoe zij elkaar kenden waren volgens de rechtbank tegenstrijdig en daarom niet geloofwaardig.
Volgens de AOW is sprake van een gezamenlijke huishouding wanneer twee mensen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en voor elkaar zorgen, bijvoorbeeld door bij te dragen aan huishoudelijke kosten. Aan het gezamenlijke hoofdverblijf werd niet getwijfeld. De combinatie van het huurcontract, de geldstromen en de onderlinge verbondenheid ging volgens de rechtbank verder dan gebruikelijk is tussen verhuurder en huurder. Daarom mocht de SVB de lagere norm laten ingaan in juli 2023, de maand na de verhuizing. Het beroep van de man werd ongegrond verklaard.
Alleenstaanden ontvangen netto 70 procent van het nettominimumloon; mensen met een gezamenlijke huishouding krijgen 50 procent. Een eerdere goedkeuring van onderhuur blijft dus niet automatisch gelden na een verhuizing of wijziging van de feiten. Wie een kamer verhuurt en zijn alleenstaande AOW wil behouden, doet er volgens de uitspraak goed aan het eigen huurcontract op naam te houden, een afzonderlijk onderhuurcontract te gebruiken en de huur maandelijks, tegen een reëel bedrag, per bank te laten betalen. Andere geldleningen of vergoedingen moeten schriftelijk worden vastgelegd en aan de SVB worden gemeld.
Vandaag Inside: Wilfred Genee gaat er plotseling vandoor In de Wandelgangen: 'Dááááág!'