AOW-leeftijd omhoog? Schaf liever de AOW af voor rijke ouderen

donderdag, 5 februari 2026 (17:23) - Joop

In dit artikel:

Econoom Jona van Loenen stelde onlangs bij Pauw en De Wit voor om de AOW-leeftijd te koppelen aan het soort werk, zodat mensen met een fysiek zwaar beroep eerder met pensioen kunnen. Het uitgangspunt spreekt aan, maar volgens de auteur levert zo’n uitzondering in de praktijk vooral bestuurlijke en uitvoeringsproblemen op.

Nederland vergrijst snel: meer mensen hebben recht op AOW en de groep premiebetalende werkenden krimpt. Het minderheidskabinet wil de AOW-leeftijd alvast laten meebewegen met de levensverwachting, maar veel Nederlanders vinden het onrechtvaardig dat dat ook geldt voor wie zwaar werk doet. Een uitzondering voor zware beroepen lijkt verstandig, maar stuit op grote uitvoeringsdrempels: mensen wisselen beroepen, dezelfde functietitel kan per werkgever heel verschillend zijn, taken binnen een baan variëren in zwaarte, en ook zzp’ers en parttimers vormen lastige gevallen. Te strakke criteria veroorzaken rechtszaken; te ruime criteria lossen de financieringsproblematiek niet op. Bovendien ontbreekt de capaciteit om ieders volledige werkverleden systematisch te controleren.

De voorgestelde alternatieve oplossing is inkomensafhankelijke AOW: ouderen met hoge aanvullende pensioenen krijgen minder of geen AOW, terwijl de vrijgemaakte middelen worden ingezet voor mensen met lage pensioenen. Dat richt steun op wie er echt op aangewezen is en voorkomt dat vermogende ouderen overheidsgeld ontvangen. Omdat hoger verdienenden gemiddeld langer gezond blijven en minder vaak zwaar werk doen, zou dit ook de groep met fysieke belasting relatief ontzien.

Kortom: door AOW te richten op bestaanszekerheid in plaats van een generieke uitkering, zou het stelsel betaalbaarder worden en hulp beter bij de meest kwetsbaren terechtkomen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen over aanbod tot samenwerking van JA21, SGP en BBB: 'Ruikt naar chantage!'