AOW-leeftijd door coalitieplannen veel eerder naar 70 jaar: 'Doos van Pandora is weer geopend'
In dit artikel:
De voorgenomen afspraken van de nieuwe coalitie versnellen de verhoging van de AOW-leeftijd aanzienlijk: volgens die plannen komt de pensioenleeftijd al in 2054 op 70 jaar te liggen. Dat betekent dat toekomstige generaties langer moeten doorwerken voordat ze recht hebben op de basispensioenuitkering. Het voorstel zorgt voor twee concrete effecten: de overheid bespaart op uitkeringen doordat mensen korter AOW ontvangen, en werknemers – vooral jongere cohorten – krijgen later aanspraak op hun AOW.
De maatregel raakt ongelijke groepen ongelijk. Werkenden met fysiek belastende beroepen, mensen met kleine pensioenaanspraken en arbeidsmarkten met hogere werkloosheid lopen relatief meer risico doordat doorwerken tot 70 jaar voor hen lastiger is. Pensioenfondsen en individuele aanvullingen veranderen door zo’n verschuiving van de AOW-start: de totale pensioenopbrengst en de jaarinkomens na pensionering kunnen voor veel mensen dalen tenzij zij langer privé of via werkgevers sparen.
De voorstellen stuiten op felle kritiek van vakbonden, ouderenorganisaties en oppositiepartijen; critici waarschuwen dat hiermee een “doos van Pandora” wordt geopend. Voorstanders benadrukken de budgettaire noodzaak vanwege vergrijzing en stijgende zorgkosten en wijzen op alternatieven zoals geleidelijke verhoging, differentiatie naar type werk of aanvullende voorzieningen voor zwaar werk.
Het artikel bevat rekenvoorbeelden en reacties van betrokken partijen om de concrete gevolgen per generatie en per inkomensgroep inzichtelijk te maken. Als alternatief voor deze versnelling van de AOW-leeftijd worden in het publieke debat ook opties genoemd zoals inkomenspolitieke maatregelen, gerichte uitzonderingen en stimuleren van langer betaalde arbeid met betere arbeidsomstandigheden.