AOW-ingreep wordt duur betaald: 'Gepensioneerde dreigt tot 15% aan inkomen te verliezen'
In dit artikel:
Economen en ambtenaren opperen dat gepensioneerden zelf AOW‑premie zouden gaan betalen om de stijgende kosten van de basispensioenregeling te beteugelen. De AOW — het volkspensioen dat iedereen vanaf de AOW‑leeftijd ontvangt — wordt steeds duurder door demografische ontwikkelingen: meer ouderen en relatief minder werkenden om de uitkeringen mee te financieren.
Het voorstel houdt in dat niet alleen werkenden via loonheffing bijdragen, maar ook huidige en toekomstige gepensioneerden een premie afdragen of dat de AOW‑bijdrage voortaan inkomensgerelateerd wordt. Voorstanders zien dit als een manier om het stelsel houdbaar te maken en intergenerationele lasten beter te verdelen; tegenstanders wijzen erop dat dit direct de koopkracht van kwetsbare ouderen kan aantasten.
Hoe sterk de koopkracht wordt geraakt hangt af van de precieze invulling: een uniforme premie treft laaginkomenspensioenen zwaarder dan een inkomensafhankelijke bijdrage of compensatiegerichte maatregelen. Mogelijke verzachtende opties zijn vrijstellingen voor minima, geleidelijke invoering of het combineren van premies met aanvullende compensaties via toeslagen.
De verandering is politiek gevoelig: het raakt grote groepen kiezers en vereist wetgeving en begrotingsafwegingen. Alternatieven om de kosten te drukken — zoals het verhogen van de AOW‑leeftijd, bezuinigingen, hogere belastingen voor werkenden of structurele economische maatregelen — blijven in discussie. Uiteindelijk zal het kabinet en het parlement moeten afwegen of en hoe zij de betaalbaarheid van de AOW willen herstellen zonder onaanvaardbaar verlies van koopkracht onder gepensioneerden.