'Ingehuurde' Antilliaanse tieners verdacht van aanslag op Rotterdamse synagoge
In dit artikel:
Vier tieners uit Tilburg zijn aangehouden nadat in de nacht van donderdag op vrijdag een explosief werd geplaatst bij de synagoge aan het A.B.N. Davidsplein in Rotterdam. Drie van de verdachten zouden van Antilliaanse afkomst zijn; ze zijn 17, 18 en twee keer 19 jaar oud. Door de ontploffing ontstond kort brand, maar er vielen geen gewonden. Volgens bronnen zouden de jongeren tegen een relatief laag bedrag zijn ingehuurd en als ‘voetsoldaten’ hebben opgetreden.
Na de arrestaties doorzocht de politie meerdere woningen, onder meer aan het Van Delfthof, de Lage Witsiebaan en de Dirk Fockstraat, en nam verschillende gegevensdragers in beslag. Onderzoek richt zich erop of er meer materiaal aanwezig was dat voor andere aanslagen gebruikt kon worden. De verdachten worden aanstaande maandag voorgeleid; een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) is ingezet.
De zaak past volgens berichtgeving in het verschijnsel ‘crime as a service’, waarbij jongeren door criminele netwerken worden ingezet om aanslagen uit te voeren — soms tegen betaling, soms zonder directe beloning. De explosie volgt op recente zorgwekkende incidenten bij Joodse instellingen: de Joodse school Cheider in Amsterdam kreeg eveneens te maken met een explosie en werd tijdelijk gesloten, en er zou ook een dreiging zijn geweest richting woon- en zorgcentrum Beth Shalom. Bestuurders van Cheider hadden eerder al hun zorgen gemeld bij minister David van Weel.
De aanslag in Rotterdam is opgeëist door een groep die zichzelf ‘Islamic Movement of the Companions of the Right’ (Ashab al‑Yamin) noemt; een andere organisatie met een vergelijkbare naam claimde eveneens verantwoordelijkheid. De politie onderzoekt of en hoe deze claims en eventuele opdrachtgevers met elkaar samenhangen. Een nationale coördinatie-eenheid is opgericht om de beveiliging van Joodse locaties te stroomlijnen.