Anti-woke is de brug naar Trump geworden
In dit artikel:
Selm Merel Wenselaers verwijst naar Maarten Boudry’s stuk in NRC (22/5) en betoogt dat Boudry terecht wijst op een radicalisering binnen delen van het anti‑woke‑kamp – namen als James Lindsay, Jordan Peterson, Ayaan Hirsi Ali en Christopher Rufo passeren – maar dat zijn diagnose tegelijk problematisch is. Waar Boudry de dreiging van Trump en Orbán afstandelijk veroordeelt, stelt hij volgens Wenselaers dat zijn oplossing neerkomt op: eerst woke weg, dan is het probleem opgelost. Die redenering schuift verantwoordelijkheid weg van machthebbers en opiniemakers naar groepen die al het meest kwetsbaar zijn: transpersonen, migranten, antiracisten, feministen en klimaatactivisten. Wenselaers wijst op voorbeelden zoals de zaak rond darter en transvrouw Noa‑Lynn van Leuven: in plaats van te analyseren wie haat aanjaagt, lijkt het dictum te zijn dat zichtbaarheid van minderheden te veel wrijving geeft en dus verminderd moet worden. Volgens de briefschrijver normaliseert die causale keten – woke‑overdrijving → rechtse woede → autoritaire politiek – precies de logica die wordt bestreden en functioneert zij als een subtiele vorm van chantage: geef ons minder gelijkheid of wij stemmen op hen die die gelijkheid afbreken.
Chris Peeters reageert op berichtgeving over de manosfeer en pleit voor meer nuancering: het is terecht dat kranten aandacht besteden aan de zorgelijke aantrekkingskracht van online ‘alpha‑man’‑retoriek op veel jongens, maar media zouden ook explicieter benadrukken dat de veronderstelling dat de meeste vrouwen kiezen voor gespierde, rijke ‘winnaars’ onjuist is. Peeters stelt dat de meerderheid van vrouwen kiest voor vriendelijke, gelijkwaardige partners en spoort vrouwen aan hun huidige koers voort te zetten; hij adviseert daarnaast zelfverdediging en moedigt media aan om ‘aardige jongens’ te steunen als de toekomst.
Henkjan Honing en Christoph Finkensiep bestrijden de conclusie van een in Scientific Reports besproken studie (genoemd in NRC 22/5) die beweert dat muziek in de loop van de tijd eenvoudiger zou zijn geworden. De studie reduceert muziekanalyse tot netwerkpatronen van MIDI‑noten (toonhoogteovergangen), maar MIDI vangt veel belangrijke dimensies van muziek niet goed: ritme, dynamiek, articulatie, timbre, contrapunt en vorm komen er nauwelijks in terug. Volgens de auteurs is het gebruik van een dergelijke smalle dataset en methode eerder een cirkelredenering dan een brede ontdekking; complexiteit kan zijn verschoven naar timing, klankproductie en andere muzikale aspecten waar MIDI‑analyse weinig van zegt.
Jos Groenenboom reageert op een bericht over een 18‑jarige Forum voor Democratie‑medewerker in Alkmaar die op TikTok een ‘white power’‑teken maakte en op zijn LinkedIn een Prinsenvlag heeft. NRC besloot de naam niet te publiceren vanwege zijn jeugd; Groenenboom vindt dat onbegrijpelijk: de jongeman is wettelijk volwassen, vervult publieke nevenfuncties in commissies en heeft een eed afgelegd. Voor hem is transparantie essentieel: wie het kwaad wil bestrijden, heeft namen en rugnummers nodig.
Klaas Slooten tenslotte betwist het optimisme van Caroline de Gruyter over een gelijktijdige versterking van defensie‑uitgaven en het behoud (of herstel) van de sociale verzorgingsstaat. Hij haalt de harde bezuinigingen uit het kabinet‑Rutte II aan als waarschuwing dat kostenreductie en herverdeling in de praktijk vaak onevenredig werkenden treffen, en uit wantrouwen tegenover het huidige kabinet concludeert hij dat de voorgestelde ‘guns‑and‑butter’‑strategie waarschijnlijk geen billijke lastendeling zal opleveren maar eerder wishful thinking is.