Anno Domini 2026, lof aan het Lam
In dit artikel:
De auteur gebruikt het beeld van een onbeschreven nieuw jaar om zowel hoop als waakzaamheid aan te geven. Mogelijk brengt het kerkelijk leven zegeningen: dopelingen, belijdenissen, avondmaal en vrucht van evangelieverkondiging. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor interne strijd en verleiding door de boze die gemeentes kan verscheuren. Ook in het openbare leven verwacht hij wisselend nieuws: nieuwe kabinetten en gemeentebesturen kunnen zegen betekenen, maar ook groeiende polarisatie en wetten die verder van godsvrucht afstaan. Meer welvaart garandeert volgens hem niet automatisch meer welzijn — Spurgeon werd geciteerd dat welvaart een zware beproeving kan zijn.
Op mondiaal niveau noemt de tekst zowel de mogelijkheid van vrede als het vooruitzicht op nieuwe conflicten, met lange nasleep voor samenlevingen. De kernboodschap is echter dat deze onzekerheden niet het laatste woord hebben: het christelijk geloof plaatst de toekomst in Gods hand. Met verwijzing naar Psalm en Openbaring wordt gewezen op Christus als de onveranderlijke overwinnaar die ziekte, zonde en de macht van satan heeft aangepakt en die uiteindelijk het boek van de geschiedenis kan openen. Daarom roept de schrijver op het komende jaar te zien als het jaar van de Heere — een motief om goed te zoeken voor land en volk en in lof en vertrouwen te leven.