Anneloes van 't Licht wil „Hoop, met een hoofdletter" bieden bij avonden over misbruik en kerkpijn
In dit artikel:
Anneloes van ’t Licht van stichting Ik was een kind organiseerde maandagavond in een conferentiezaal in Nunspeet opnieuw een van haar impactavonden over seksueel misbruik; de stichting gaf de afgelopen acht maanden al meer dan dertig van dergelijke bijeenkomsten. Elf vrouwen staken samen kaarsen aan en wisselden in kleine groepen hun ervaringen uit: slachtofferverhalen, steunbetuigingen van familie of vrienden, en getuigenissen van vertrouwenspersonen en hulpverleners die met misbruik binnen geloofsgemeenschappen te maken hebben.
Het thema van de avond was de relatie tussen misbruik, geloof en de pijn die kerkgemeenschappen kunnen veroorzaken. Deelnemers beschreven hoe geloof tegelijk troost bood en ervaren werd als bedreigend; voor sommigen is het moeilijk onderscheid te maken tussen God en de kerkelijke gemeenschap. In kleine dorpen kan sociale controle ertoe leiden dat de omgeving de dader steunt, met verlies van werk en gemeente als gevolg. Ook kwam naar voren hoe religieuze beelden, zoals spreken over God als Vader, voor overlevers extra pijnlijk kunnen zijn wanneer de dader uit de eigen familie kwam.
Spreekster Inge Bosscha, auteur over 'kerkpijn', stelde dat aandacht voor misbruik in veel geloofsgemeenschappen wel is toegenomen — denk aan vertrouwenspersonen en meldpunten — maar dat er ook nog 'stugge systemen' bestaan: wantrouwen tegenover buitenstaanders, te snelle druk om te vergeven en het wegpoetsen van pijn. Haar advies: erken en verdragen van ongemak, geef tijd en aandacht, en vermijd goedkoop troostende bijbelcitaten; maak ruimte voor de pijn.
De avond toonde zowel de kwetsbaarheid als het herstelvermogen binnen gemeenschappen: naast schrijnende verhalen ontstonden ook vriendschappen en steunrelaties die voortkwamen uit kerkelijke hulp. Ter afsluiting stak Van ’t Licht een kaarsje aan en las Johannes 1:5; de namen van deelnemers zijn uit privacyredenen weggelaten.