Annabel Nanninga: "Maakt me niet uit of D66 of PVV wint" - JA21 kiest gemak boven principes
In dit artikel:
JA21-leider Annabel Nanninga gaf tijdens een kort interview voor De Telegraaf een ontwijkend antwoord op de vraag wie zij hoopte dat bij de uitslag de grootste partij zou worden. Haar woorden waren: “Ik hoop niets. We gaan gewoon de stemmen tellen en ik wil gewoon dat degene die de meeste stemmen krijgt de grootste wordt.” Het antwoord viel op in een zenuwachtige verkiezingsnacht waarin het land afwachtte of de PVV of D66 de meeste zetels zou halen.
De schrijver van het stuk interpreteert die reactie als symptomatisch voor wat er mis is met JA21: volgens de kritiek toont Nanninga’s neutraliteit een gebrek aan ruggegraat, richting en politieke moed. Dat is extra opvallend omdat er voorstanders waren van een rechtse coalitie waarin PVV, JA21, VVD, FVD, SGP en BBB samen zouden optrekken — een optie die alleen mogelijk zou zijn als de PVV de grootste partij werd. Joost Eerdmans had kort tevoren nog gezegd dat JA21 “onmisbaar” zou kunnen zijn in zo’n rechtse coalitie, maar volgens de auteur strookt Nanninga’s reactie niet met zo’n duidelijke koers.
De kritiek gaat verder: door geen voorkeur voor de PVV uit te spreken, zou JA21 zich steeds verder verwijderen van haar kiezers en verandert de partij volgens de auteur langzaam in het soort kartelpartij waartegen zij ooit ageerde. D66 wordt in het stuk gepresenteerd als verpersoonlijking van beleid waar rechts veel weerstand tegen heeft (klimaatbeleid, open grenzen, EU-invloed), waardoor de neutraliteit extra problematisch wordt geacht.
Kortom: het artikel ziet Nanninga’s ontwijkende antwoord als een gemiste kans om kleur te bekennen en waarschuwt dat zulke afstandelijkheid de geloofwaardigheid van JA21 ondermacht zou kunnen zetten.