Anna (72) voelde zich geen seconde thuis in het ecodorp: 'Ik zat de hele tijd in de auto naar Amsterdam'
In dit artikel:
Anna Aalten, 72 jaar en jarenlang hoofddocent sociale antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, keerde na een korte uitstap terug naar de stad. Na ruim dertig jaar in de Watergraafsmeer te hebben gewoond verhuisde ze in februari 2020 naar een ecodorp in Oosterwold (Almere) — een project van 82 klimaatneutrale woningen met A++++-label, gezamenlijke moestuinen, boomgaard en een gemeenschapsruimte. De oplevering liep door corona uit; halverwege 2022 trok ze in.
De verhuizing kwam voort uit meerdere motieven: buurtveranderingen in Amsterdam waardoor Anna zich steeds meer als “de oude vrouw op de hoek” voelde, het leeg huis na het uitvliegen van haar zoons, en het verlies en de achteruitgang van naasten, waardoor het idee van wonen in een hechte gemeenschap aantrekkelijk werd. Ook paste het ecologische ideaal bij haar levenslange betrokkenheid bij milieu- en actiegroepen.
In het ecodorp nam ze deel aan werkgroepen, organiseerde filmavonden en onderzocht ze de omgeving, maar al snel bleek dat het project niet goed aansloot bij wat zij als gepast en zinvol voor haar oudere leven ervaarde. De locatie bleek afgelegen en slecht bereikbaar: geen openbaar vervoer, voor elke boodschap de auto. Waar zij cultuur en intellectuele prikkels zocht — lezingen, theater, tentoonstellingen en koffies met vrienden — boden veel medebewoners vooral praktische, agrarische invulling van duurzaamheid: veel tuinieren en gezamenlijk landbeheer, iets waar Anna geen affiniteit mee had. Daarnaast vergde het collectieve besluitvormingsproces in het dorp voortdurend overleg en zelfassertie in groepsverband, wat haar moeite kostte, juist omdat het ging om meningen en niet om haar deskundigheid.
Na maanden van pendelen tussen Almere en Amsterdam realiseerde ze zich dat het stadsleven voor haar ouder worden beter past: korte afstanden, openbaar vervoer, culturele voorzieningen en sociale netwerken die aansluiten bij haar behoeften. Begin december (na de erfenis van haar overleden ouders) kocht ze snel een appartement op het KNSM-eiland en verhuisde terug naar Amsterdam. De terugkeer bracht in het begin even wennen — ze miste sommige nieuwe dorpsgenoten en ervoer anonimiteit in het appartement — maar de aanhoudende onvrede die ze in Almere voelde, was verdwenen. Ze concludeert dat zij een stadsmens is en dat de toegankelijkheid van cultuur en plekken in de stad van grote waarde is voor haar levensfase; haar balkon blijft bewust onbebouwd.
Kleine, persoonlijke casus en bredere les: het verhaal illustreert dat ecologische gemeenschappen en co-housing aantrekkelijke antwoorden zijn op eenzaamheid en duurzaamheid, maar dat ze niet automatisch passen bij alle oudere bewoners. Voor ouderen wegen bereikbaarheid, culturele stimulatie en autonomie vaak zwaarder dan de idealen van gezamenlijke landbouw en intensief gemeenschapsbeheer. Voor wie afhankelijk is van openbaar vervoer en stedelijke voorzieningen, blijft wonen in de stad vaak praktischer en bevredigender.